Tja, als je geen kaartjes meer in de vrije verkoop gooit, maar alles intern verhandelt, is er dan nog sprake van een evenement om uitgebreid over te schrijven? Wanneer iemand een privéfeestje in de achtertuin organiseert maken we daar doorgaans ook geen grote artikelen van. Maar zulke eikels zijn we hier bij ’t weekblad nu ook weer niet. En, dat gezegd hebbende, rondkijken leerde dat het de meeste vaste toeschouwers van Kaokel-, Klapper- en Sauwelavonden toch gelukt is om naast alle vaste Stapmolen-klanten een kaartje te bemachtigen. Het Klapperen kan dus nog altijd rekenen op volle zalen.

Voor de Klapperavonden (vijf stuks en een matinee) van dit jaar werd het thema Kaaiendonk Geineken House gekozen, uiteraard met het oog op de aankomende winterspelen, en dat maakt dat de Klapperaars hun sauwels (nee, Klappers) als Geineken House gerelateerde personages brengen. En ‘gerelateerd’ mag je in deze als altijd ruim zien. Met de thematisering van de laatste jaren heeft tevens het ‘verkleden in dezelfde stijl’ een groei doorgemaakt en veel van de bezoekers kwamen in wintersportuitrusting, Heinekenoutfits of supporterskledij opdraven. Veel groen en oranje dus, alsof je op een carnavalsavond in Tilburg aanwezig was.

Houseregels

Elf voor acht start de voorbeschouwing door dochter en moeder Caron, ‘live’ vanuit een studio met het doornemen van de houseregels, in volgorde van klassering. Op de eerste plaats is geëindigd ‘Niet roken, niet vapen en niet drinken.’ Direct wordt de presentatrice via haar oortje door de uitbater van het Geineken house op de vingers getikt, er moet wel geld verdiend worden. ‘O, o, ok…’ als een ware professional richt ze zich weer op het publiek. ‘Op de eerste plaats is geëindigd ‘niet roken, niet vapen en wél drinken.’

Piepstemmeke

Dennis den Uijl maakte vorig jaar een grootste start bij het sauwelen en is nu ook al Klapperaar, de jonge aanwas is geborgd. Als Gemma Glorix trapt hij de Klapperavond af, met hoge stem. Een man als vrouw verkleed, dat moet je ding zijn. Persoonlijk vind ik eigenlijk dat daar alleen de mannen van Monty Python ooit mee weggekomen zijn, en wellicht oppersauwelaar Tinus de Bruin als vrouw van Lowieke in ‘99. Gelukkig stelt Glorix na drie zinnen maar meteen dat ze zo’n piepstemmeke echt nie d’n ‘ele avond vol gaot ‘ouwe. Als toiletjuffrouw heeft ze ’t maar zwaar. Ze verdient weinig en alles kost meer en meer geld. ‘Lest de waterrekening gehad. 632 euro! Heb mun eige meteen aangemeld bij Oxfam Novib. Die zeggen dat ze voor 2 euro een heel gezin een maand water kunnen geven.’

Scheurdorst in de bocht

Na een korte pauze rijdt partybuschauffeur Jozef Scheurdorst (René van Gils) de kroeg binnen, in zijn chauffeursstoel, het stuur van de bus zit op de tap gemonteerd en hij ziet eruit als Lambik met een snor en een volhardende kater. Dergelijke details zijn, zoals we gewend geraakt zijn, verbluffend. Naast de aankleding van de spelers, is de gehele Stapmolen omgebouwd en worden de Klappers afgewisseld door videopresentaties geheel in stijl. Een mooi voorbeeld van humor in die details zat ook in de vaandels van de aan de spelen deelnemende wijken die aan het begin van de avond door het barpersoneel naar binnengedragen werden: De banier van de Vurhaai liet duidelijk een paar kogelgaten zien en dat van de Besterd was getooid met dönervlees. Scheurdorst heeft echter andere prioriteiten: ‘Als ’t mar gezellig is, dan breng ik oe nog naar munnen eigen uitvaart!’ Na een rondje op de rotonde waar het café vol enthousiasme in meegaat, houdt de bestuurder zijn eigen drankprobleem tegen ’t licht: ‘Drinken, ik weet ‘t, dat halveert je leven. Maar ik zie dubbel zo veel…’ Een reis naar een ver oord liep voor Scheurdorst uit op een teleurstelling. ‘Portemonnee gestolen, ziek van ’t vreten, doodsbedreigingen, schietpartijen… en toen moest ik nog wegrijden uit de Besterd!’ Leutig en scherp, laat ze zo nog maar komen.

Bierista Daan (Daniëlle van Buitenen) zit er lekker in en heeft niets met sport. ‘Ja, met Rittersport, maar da’s ook een raar iets: Zo’n reep van 250 gram, als ik die opeet… dan kom ik 500 gram aan.’ Ze ziet er niet meer uit, maar doet toch modellenwerk ‘Ik ben dan de vóór-foto.’ Ze is er als bierista ook maar blij mee dat die Italianen geen Dry January kennen ‘Want da’s Engels, hè.’

Eddie the Eagle

Terwijl presentatrice Guusje Caron tijdelijk gevloerd is door een sneeuwbal, kondigt Nicole het evenement skischansspringen aan. Beelden van Eddie de Eagle die naar beneden zoeft, voorziet ze moeiteloos van commentaar: ‘Daar gaat ‘ie naar beneden, snel hoor. En wat fijn dat er sneeuw ligt.’ Typisch voorbeeld die zich niet goed laat vertalen naar papier. Voor de echt goeden maakt ’t niet zoveel uit wat je zegt, maar hoe dat je ’t zegt: met de grootste nonchalance lijkt ‘ie zo uit de mouw geschud, maar is in werkelijkheid zorgvuldig ingeoefend en is zo een hilarische grap geworden.

Toilethumor

Dat zijn wel de krenten uit de pap. Ten opzichte van een paar jaar terug is het opvallend te noemen dat toilethumor en seksgrappen een steeds groter aandeel van het programma opeisen. Humor blijft natuurlijk altijd een kwestie van smaak, maar het voelt wel als een beetje gemakkelijk proberen te scoren zo. Een toch ook wel aanzienlijk aandeel grappen dat inmiddels een baard had en het feit dat de laatste Klapperaar een drietal grappen van zijn voorgangers die avond nog eens ongeveer gelijk vertelde maakt dat een woord als ‘kwaliteitsborging’ opborrelt.

Spectaculair

Anderzijds wordt er gedurende de hele avond genoeg gelachen, zeker ook bij, wat mij betreft, de sterspeler van de avond, Jan van den Biggelaar). Inmiddels gelanceerd vanaf zijn skischans knalt hij als Eddie the Eagle bungelend aan een katrol achter de bar door. Een opkomst die, in deze context, tot de meest spectaculaire ooit behoort. De kwaliteit zit ‘m echter in het schijnbaar gemak en de finesse waarmee (ook wat platte) grappen gebracht worden. ‘Ik heb jaren maar één sprong per jaar gedaan. Ik brak steeds alles! Tot iemand zei ‘Ge mot ’t unne keer met ski’s proberen.’ Eddie’s zus heeft al haar twaalf kinderen Johnny genoemd. ‘Da’s handig, als ik ze dan allemaal moet hebben, hoef ik er maar een te roepen.’

‘En agge d’r dan maar eentje moet hebben?’

‘Dan roep ik gewoon hun achternaam.’

De laatste kreeg echter de naam Kas, waarop The Eagle hoofdschuddend zegt dat hij dat geen gepaste naam vindt, voor een couveusekindje. Er wordt ontzettend gelachen en Van den Biggelaar speelt ook daar lekker op in. ‘Kijk, hij valt. Dat valt mij nog niet tegen… Ik had ze lomper verwacht vanavond.’

Pinto

Roberto Pinto is eigenaar van het Geineken House, dat past ‘m wel, daar hij gespeeld wordt door Rob waarvan de meeste mensen denken dat zijn achternaam ‘Van de Stapmolen’ is. Met een walgelijk wit gebit en een zonnebankbruine verbouwde kop, stopt de Italiaan niet met grijnzen. Het kan er mee te maken hebben dat hij met gemak zijn alcoholgebruik kon minderen. ‘Van zeven tot tien over zeven heb ik vandaag niets gedronken.’ Pinto haalt, met perfect accent, ook nog effe lekker uit naar een aantal andere kroegeigenaren in Kaaiendonk. ‘Die Tjalling van tante Margaux had een hoofdwond. Dus ik vraag ‘bende tegen een barkruk aangelopen, joh?’ Hij zeej ‘Nee, ik stond te pissen en de wc-bril viel dicht.’ Met een stalen gezicht blijft Rob, die Mutsaers heet, in zijn rol en valt er niet één keer uit. Vakmanschap, hij zou zo de politiek in kunnen, maar daar heeft zijn alterego Pinto wel andere ideeën over: ‘Jetten wil het land schoner hebben. Half Nederland bestaat uit vrouwen en dan is het g#dv%^mme nog niet opgeruimd.’ Ook deze act was erg goed, maar dat zijn optreden voortdurend wordt bejubeld en toegejuicht wordt, heeft er toch ook wel mee te maken dat hij duidelijk een thuiswedstrijd speelt.

Paus

Jan Bogers gaat verder waar ‘ie vorig jaar gebleven is, zoals ‘ie dat al jaren doet. Da’s dus gewoon lachen om verder niet per se gerelateerde grappen. Deze keer is hij, ‘Milaan ligt tenslotte vlak bij Rome’, Paus Johannes Paulus Jaantje. Da’s een baan met bijpassend salaris. ‘Je verdient in het begin 2500 euro en later 5000,-… Mooi, dan begin ik later.’ Dat geld kon hij goed gebruiken, want er zijn wat problemen. ‘Vroeger zat ik aan de drank, nu zit ik aan de grond.’ Een grap over een huishoudster met een vermoedelijk gehoorprobleem was grandioos, maar een mens kan niet alles uitschrijven.

Het zit er weer op voor dit jaar. De conclusie is dat wanneer je het relatief hoge percentage poep-, plas- en piemelgrappen intrinsiek wel kan waarderen je waarschijnlijk een óntzettend leuke avond gehad hebt en als je daar wat minder mee hebt, dan was ‘ie gewoon leuk. Al bij al een prima avond vermaak georganiseerd door een club enthousiaste grappenmakers. Voor wie er geen genoeg van kan krijgen: komende zaterdag wordt er volop gesauweld in De Bussel.

R.

(foto’s Casper van Aggelen)