Zijn 80-jarige leven lang zit hij al in de schoenen, runt nog steeds – zij het wat meer op afstand – een bedrijf van 1200 medewerkers, verkoopt één miljoen paar schoenen per jaar, reist de wereld rond, is zijn eigen boekhouder, advocaat en duikt waar nodig in de boeken ‘omdat hij het zelf beter kan’. Je zou hem ook een schoenenfetisjist kunnen noemen, want beschikt over de allergrootste etnografische collectie van handgemaakte schoenen van over de hele wereld. “Ja, dat staat zelfs in het Guiness Book of World Records. De collectie staat in een museum SONS (shoes or no shoes) in het Belgische Kruishoutem, niet ver van Gent.”

We hebben het over de Oosterhouter Boy Habraken. “Maar als ik hier ben wil ik weg, als ik weg ben wil ik weer terug. Ik kom vaak in het Verre Oosten en daar is een Boy een bediende. Dus noem ik me vaak ook William, afgeleid van mijn doopnaam.”

Handeltje

Geboren in 1944 en in de kelder onder het huis ter wereld gekomen. “Mijn ouders schuilden onder hun schoenmakerij in Eindhoven. Vlakbij viel een bom, mijn moeder schrok en hopla, daar was ik.” Het schoenenvak met de paplepel ingegeven dus, de geur van leer. “In dienst ging ik bij de marechaussee en daar hadden ze een bepaald soort schoenen nodig. Ik kon daar aan komen en begon een handeltje. Toen mijn diensttijd erop zat ging ik bij mijn vader werken. Dat duurde precies twee maanden, onze ideeën liepen te ver uit elkaar. Ik besloot voor mezelf te beginnen, vader lachte me uit. Maar een jaar later kwam hij 15 duizend gulden lenen omdat zijn verwarming moest worden vervangen en dat geld had hij niet. Ik heb het overigens nooit terug gezien”, lacht hij.

Playboy

Dat was kennelijk ook niet nodig, want Habraken was een uitgekookte verkoper èn inkoper. “Kwam ik bij mijn allereerste klant, was ik mijn pen vergeten. Och, die heb ik bij de vorige klant laten liggen, zei ik. Hij trapte erin en bestelde, dacht dat ik al lang bezig was. Maar het was hard werken hoor. ’s Morgens om zeven uur op pad en tot twaalf uur ’s nachts bestellingen verzendklaar maken.” Het geld kwam met bakken binnen maar ging er ook met bakken uit. “Ik gedroeg me als een playboy. Dat bleef niet goed gaan en ik ging werken voor Van Haren en later Bata. Tot hij dus ècht voor zichzelf begon. Inkopen deed hij vooral in het Verre Oosten dus. “Van elke vier paar schoenen komen er drie uit China”, zegt hij. “Wij zitten vooral in de veiligheids- en kinderschoenen, dat is zo gegroeid.”

Druiven

Van lieverlee begon hij ook schoenen te verzamelen. “Uit het eerste paar dat ik kocht staken allemaal spijkers uit de zolen. Die waren van Bata in Frankrijk en werden gebruikt om de druiven te pletten. Vroeger deden ze dat op blote voeten, dit was moderner. Inmiddels heb ik een collectie van 3800 paar schoenen uit 155 landen, de grootste verzameling van de wereld. Tegelijk begon ik me af te vragen waarom wij schoenen dragen, wanneer dat begonnen is. Dat leidde uiteindelijk tot mijn boek ‘Droegen de goden schoenen’. “Waar ik ook kwam, ik plakte er altijd een periode aan vast om me te verdiepen in de cultuur van het land. Het is de honger om te weten hoe dingen werken.”

Beperkingen

En er kwamen meer boeken, ook in andere landen uitgegeven: ‘Holy Shit-Religie’, ‘Sprookjes voor goedgelovigen’, ‘Zij die voor ons kwamen’ en ‘Het laboratorium waar de mens werd gecreëerd’. Door de reguliere wetenschap worden zijn bevindingen niet echt serieus genomen, maar, zoals Habraken is, dat interesseert hem geen zak. “Hier voor je staat een stenen bakje uit Egypte. Ik heb ooit honderdduizend euro uitgeloofd voor degene die dit na kon maken. Uiteindelijk was er een steenhouwer uit België die de uitdaging aanging. Hij had de meest moderne, computergestuurde apparatuur. Het is een speciaal soort gesteente en hij kreeg het niet voor elkaar. Ditzelfde bakje staat in enkele gerenommeerde musea en nog steeds is de vraag: Wie en hoe werd dat gemaakt? De archeologie heeft ook zo zijn beperkingen.” Datzelfde geldt overigens ook voor hem zelf, want twee motorongelukken zorgden ervoor dat hij het met één kunstbeen moet doen. Dat houdt hem overigens niet tegen.

Hij wordt uitgenodigd voor lezingen, gevraagd om in depots van grote musea de schoenencollectie te typeren en classificeren. Maakte daar ook een boekje over: Anaa Sázi. In mei gaat hij voor de dertiende keer de wereld rond. Ongetwijfeld levert dat nog een boek op.

evr