In de rustieke omgeving van wat tegenwoordig de Sandoelse polder is, verrees vanaf 1336 een Kartuizerklooster. Over de bouwgeschiedenis is nauwelijks iets bekend. Wel is in aantekeningen gevonden dat er enkele duizenden grote middeleeuwse bakstenen ofwel kloostermoppen naar de bouwlocatie zijn vervoerd. Deze stenen zijn aanzienlijk groter dan de moderne bakstenen. De stichter van het klooster, schout van Geertruidenberg Willem van Duvenvoorde, bezat de nodige klei- en grondrechten en gaf de opdracht om de stenen te bakken in speciaal daarvoor in de nabijheid gebouwde veldovens. Voor de stenen werd vooral klei en rivierslib uit de nabijgelegen Donge gebruikt. Een van de originele kloostermoppen van het Kartuizerklooster maakte dit jaar een reis van Raamsdonksveer, via een zegening tijdens een gebedsviering in het Groningse Ezinge, naar de Friezenkerk in Rome. Daar werd de steen op 20 september jl., na een speciale gebedsviering met als voorganger priester Antoine Bodar, opgenomen in het ‘kloostermoppen-archief’.
Door Jan Hoek
Dr. Leo Ligthart uit Oosterhout is lid van de Rotary Club Geertruidenberg en Ridder van het H. Graf van Jerusalem. Tijdens een van de bijeenkomsten van de in 1992 opgerichte Rotaryclub hield hij, niet zonder reden, een voordracht over een middeleeuwse baksteen ofwel een kloostermop. Hij wilde als eerbetoon aan de inspanningen van het klooster een originele, gezegende kloostermop een plaats geven in de ‘moppenmuur’ van de Friezenkerk in Rome; formeel ook wel de Kerk van de Friezen of in het Italiaans Santi Michele e Magnus genoemd. Jarenlang verzamelde de Fries Loadewyk Damsma uit Joure bakstenen van verdwenen middeleeuwse abdijen, kloosters en kerken in Friesland. Met een groot deel daarvan is de kloostermoppenmuur in de geloofskapel bij de heilige trap opgemetseld. Er bleven echter nog vele bakstenen over; deze zijn verzameld in een apart ‘moppen-archief’ dat in de hal van de Friezenkerk staat. Van iedere gecatalogiseerde steen is de herkomst bekend. De stenen herinneren aan kloosters, abdijen, kerken en kapellen die ooit in Frisia lagen; een gebied dat in de vroege middeleeuwen en tijdens de Karolingische periode onder Karel de Grote rond 800 uitstrekte naar het gehele kustgebied tot Antwerpen en de grote rivieren, waaronder Raamsdonksveer. Later versnipperde dit gebied in graafschappen en vielen Geertruidenberg en Raamsdonksveer onder Graafschap Holland, een naam die in 1101 voor het eerst officieel werd genoemd. Een kloostermop van het voormalige Veerse Kartuizerklooster mag dan ook niet ontbreken in de Friezenkerk.
Domus Hollandiae
Het Kartuizerklooster, dat in feite aan de oorsprong staat van de nederzetting Raamsdonksveer, zorgde onder meer voor de ontginning van het moerassige gebied. Het geheel ommuurde kloostercomplex bestond uit afzonderlijke huisjes waarin de 15 à 20 kloosterlingen woonden. De Kartuizerorde was contemplatief, hetgeen wil zeggen dat de monniken afzonderlijk woonden. Het dagelijks werk lieten ze over aan lekenbroeders en knechten. In februari 1336 werd de stichtingsakte getekend, waarna dit Kartuizerklooster op grondgebied werd gebouwd dat destijds tot Holland behoorde en daarom ook wel Domus Hollandiae (Hollandse Huis) werd genoemd. Een middeleeuwse baksteen lag jarenlang op het bureau van Rotary-lid Frits Plasmans, toenmalig hoofd de afdeling civiele techniek van de gemeente Geertruidenberg. Deze achterneef van Leo Ligthart spoorde hem aan een bijzondere bestemming voor de steen te zoeken. Na zijn overlijden op 22 november 2018 was die steen echter verdwenen. Frank Staal, voorzitter van Rotary Club Geertruidenberg en Hans Marquart, architect van het op de plaats van het klooster gebouwde Kloosterhoeve, een behandelcentrum van mensen met de Ziekte van Huntington, bezorgden Leo Ligthart alsnog een origineel exemplaar van het Kartuizerklooster. Bij zijn fietstochten naar Rome bezocht hij de Kerk der Friezen en werd daar geconfronteerd met het kloostermoppen-archief. Het idee de steen in Rome af te leveren was geboren.
Gebedsviering Ezinge
Leo Ligthart en Jan van Lieverloo zijn beide ridder van de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem, de enige Ridderorde uit de tijd van de kruistochten waar ook vrouwen lid van kunnen zijn. Momenteel telt de Orde wereldwijd zo’n 30.000 edelvrouwen en ridders, waarvan er ongeveer 350 in Nederland. Als pastores leidde Ligthart samen met Van Lieverloo op 29 mei 2026 een gebedsviering in de Kerk van Ezinge. Deze Groningse kerk is oorspronkelijk in de 13e eeuw gebouwd als rooms-katholieke kerk, gewijd aan de heilige Petrus, maar al sinds de Reformatie in de 16e eeuw een protestants kerkgebouw. De kerk is gebouwd op een wierde, een kunstmatige verhoging, in Friesland een terp genoemd. Tijdens deze viering werd de kloostermop uit Raamsdonksveer gezegend. Als openingsgedachte sprak pastor Leo Ligthart de woorden: “(…) Hier ligt hij dan, het is niet bepaald moeders mooiste. Hij werd gebakken met klei uit het zompige gebied langs rivier de Donge. Hij was niet alleen, maar met velen. En in 1336 met, zeg maar zijn broertjes en zusjes, samengevoegd tot het ‘Domus Hollandiae’; een Kartuizerklooster dat tot 1573 bestond en na het beleg van Geertruidenberg door Staatse troepen verwoest werd. En wat bijzonder is: deze steen is onderweg naar Rome, maar hij is plotseling links af naar het noorden geslagen om hier het middelpunt van onze dienst te vormen. Later vervolgt hij weer zijn weg naar het zuiden.” Een rugzak was geen optie, want dan was je enkele maanden onderweg en ook het vliegtuig niet, aangezien een dergelijke steen als wapen wordt gezien. Een familielid van Leo Ligthart was bereid de kloostermop per auto naar Rome te brengen.
Gebedsviering Friezenkerk
De Friezenkerk ligt op een steenworp afstand van het Sint-Pietersplein in Rome. Rond 800 bouwden de Friezen vlakbij het graf van Petrus hun pleisterplaats (schola) in die stad. Na de middeleeuwen zijn de banden met het moederland eeuwenlang verbroken geweest. In 1989 konden de Nederlanders, als erfgenamen van de oude Friezen, de kerk weer in gebruik nemen dankzij een bruikleenoverkomst met de Vaticaanse autoriteiten. Mgr. Martinus (Tiny) Muskens, voormalig bisschop van Breda, droeg daar in hoge mate aan bij. Op 20 september vond in de kerk een speciale gebedsviering plaats met als voorganger priester Antoine Bodar, die sinds 24 december 2020 rector ofwel hoofd van de Friezenkerk is. Zes fietspelgrims van zowel de Rotary Club Geertruidenberg als ridders van de Orde van het Heilig Graf van Jerusalem uit Zeeland West en Midden-Brabant sloten aan bij de mis. Aan het eind van de gebedsviering sprak Leo Ligthart de aanwezigen toe; aansluitend werd de kloostermop van het Kartuizerklooster uit Raamsdonksveer overhandigd aan rector Bodar en naar het ‘moppen-archief’ gebracht. Leo Ligthart zegt tot besluit: “Naast een eerbetoon brengen aan de inspanningen van het Veerse Kartuizerklooster wilden we met onze actie ook het belang van kloosterorden en congregaties onderstrepen en erkentelijkheid betonen aan hetgeen ze in ons land op gebied van onder andere onderwijs, gezondheids- en armenzorg en welzijn hebben gedaan.” De kloostermop uit Raamsdonksveer heeft na een lange geschiedenis van bijna zeven eeuwen eindelijk rust gevonden in Rome.
