Uit de interviewreeks met 100-jarigen in de Volkskrant blijkt hoeveel zij hebben meegemaakt. Goede en slechte tijden, waar zij met levenswijsheid op terugkijken. Ook in de gemeente Oosterhout zijn er inwoners die de 100 jaar volmaken. Zoals mevrouw Riet van Weerden-van Dongen die op 15 juni haar 100e verjaardag vierde. Weekblad Oosterhout sprak haar over de eeuw die achter haar ligt.
Het is een tropische dag als het gesprek met mevrouw Riet van Weerden-van Dongen plaatsvindt. In verpleeghuis De Doelen waar deze kwieke eeuweling woont. Ondanks de warmte ziet zij er piekfijn uit in een roze twinset met roze gelakte nagels. Overal felicitatiekaarten en boeketten, want op afgelopen maandag vierde zij haar 100e verjaardag. “Van mijn kleindochters kreeg ik een schoonheidsbehandeling,” vertelt ze en daar was ze blij mee. Het feest vierden ze op zondag met zo´n 50 genodigden bij Bos & Co. Met haar twee zonen en hun gezinnen werd een familiefoto gemaakt die als herinnering een prominent plekje kreeg. Ze kijk er met trots naar. Uit haar tas haalt ze een envelop met een kroontje in het poststempel. “Ik ben niet koningsgezind, maar de felicitatie van het koningspaar vond ik heel bijzonder.” Dinsdag kwam burgemeester Van Grootheest op bezoek. Mevrouw Van Weerden is nog onder de indruk van de belangstellende burgervader met wie ze een fijn gesprek had.
Mulo
Maar we beginnen bij het begin. Als Riet van Dongen werd ze in 1926 geboren, oudste dochter in een gezin met vijf kinderen. “Mijn vader werkte op het postkantoor, toen in de Arendstraat. Hij was erg vooruitstrevend en vond dat ik naar de Mulo moest kunnen. Voor meisjes was dat niet gebruikelijk. Van mijn moeder herinner ik me vooral dat zij aan het koken was. Na mij kwam er een tweeling, twee broers, en daarna twee zussen die vier en vijf jaar jonger zijn.” Met haar jongste zus trok ze veel op. “We noemden haar de zwerfster, omdat ze soms zoek was. Dan werd ik erop uitgestuurd om haar te vinden.” Later trok deze zus de wereld in. “Eerst naar Australië en later ging ze in de VS wonen. Daar hebben we haar drie keer opgezocht.” In de jaren ´60 was vliegen nog een echt avontuur.
Met haar Mulodiploma op zak begon mevrouw Van Weerden in 1941 als telefoniste op het postkantoor. “Dat was heel leuk.” Maar niet altijd. “Als mensen twee tellen moesten wachten, dan werd ik uitgescholden. Die domme Oosterhouters snapten niet dat ik niet iedereen meteen kon doorverbinden,” zegt ze. Omdat ze bij alle gesprekken kon meeluisteren, had ze een eed gedaan dat ze niets mocht doorbrieven. “Het was oorlogstijd, dus heb ik veel geheimen gehoord. Ik had er een boek over kunnen schrijven,” zegt ze. Maar ze hield altijd haar mond. Bijna altijd. Daarover straks meer.
Joodse vriendin
De laatste tijd houdt een voorval haar bezig. “Mijn vader had op het postkantoor een Joodse directeur. Zijn dochter was mijn vriendin. We kwamen veel bij elkaar over de vloer en het waren aardige mensen.” In 1941 was het gezin opeens verdwenen. “Nu herinner ik mij dat vader toen tegen moeder zei ‘Ze zijn veilig’. Maar thuis werd daar nooit over gesproken.” Het zit haar dwars dat ze niet weet wat er van het gezin terecht is gekomen. “Het laat me niet los.” Zoon Peter houdt zich tijdens het gesprek tijd afzijdig, maar vult nu zijn moeder aan. “Ik heb op internet zitten zoeken, maar kon niets vinden.” Mevrouw Van Weerden kan zich boos maken als mensen de Holocaust ontkennen. “Onbegrijpelijk,” zegt ze hoofdschuddend. Zij heeft een goed geheugen en schreef veel in haar dagboek. Ook in de oorlog, al heeft ze dat dagboek vernietigd. “Stel je voor dat de Duitsers het zouden vinden.” Ze weet nog hoe er na de bevrijding van Oosterhout zwaar gevochten werd. “De Engelsen hadden ons bevrijd, maar er zaten nog veel Duitsers die terugvochten. Toen zijn er veel mensen gedood.” Het gezin Van Dongen woonde aan de Bouwlingstraat, destijds aan de rand van Oosterhout en Riet speelde er veel buiten. Ze kijkt terug op een fijne jeugd. “We hadden het redelijk goed. Mijn ouders zeiden altijd: ‘Kijk om je heen naar mensen die het slechter hebben’.” Dat gaf ze ook aan haar eigen kinderen mee.
Timmerleraar
Ze ontmoette haar man Wal van Weerden op een feestje bij de ambachtsschool. “Mijn zus werkte daar en ik hielp mee met koffie en thee schenken.” Hij was die leuke timmerleraar uit Tilburg. “Na afloop vroeg hij: ‘Mag ik je thuis brengen?’ En zo is het gekomen.” Waarom ze hem leuk vond? “Hij was anders dan ik. Serieus, echt een goede man.” Dat hij handig was, had ook zijn voordeel. “Hij heeft onze meubels zelf gemaakt. De eettafel en het bankstel.” Zij wijst naar de buffetkast die in de kamer staat. Zoon Peter zegt lachend: “Niet kapot te krijgen.”
Toch was er ook wel een minpuntje. “Mijn man gaf niks om carnaval en ik wel. Dus ging ik ook niet meer.” Maar ze voegde zich niet altijd naar zijn wensen. “Ik hield enorm van zingen en zat op drie koren. Aurora, het Kamerkoor en het kerkkoor, waar ik altijd trouw repeteerde. Vier dagen nadat we in 1953 getrouwd waren, wilde ik mijn jas aan doen en naar de repetitie gaan. ‘Waar ga je heen?’ vroeg mijn man. ‘Naar het koor,’ zei ik. ‘Nee, je bent nu getrouwd, zei hij, ‘dus dat kan niet meer.’ Toen heb ik gezegd: ‘Ik ga en ik blijf gaan!’ En zo geschiede. Mevrouw Van Weerden is altijd blijven zingen, zoals de Matthäus-Passion of de Carmina Burana. “Het is prachtig om met zijn allen een mooie uitvoering te geven.”
Niet doen!
Toen mevrouw Van Weerden als telefoniste werkte heeft ze haar geheimhouding altijd serieus genomen. Behalve die ene keer. “In de jaren ’50 was er woningnood. Collega’s kregen een huis toegewezen en wij maar niet. Mijn man zei toen op school dat hij een andere betrekking ging zoeken, met een woning. Die dag had ik telefoondienst en verbond ik een gesprek met hem door van de gemeente Culemborg. Ik hoorde dat hij de baan had gekregen. Een half uur later belde de gemeente Hoensbroek. Ook daar had hij de betrekking gekregen.” Eed of niet, ze kon het niet langer aanhoren. “Nee, niet doen,” riep ik dwars door het gesprek heen.” Het echtpaar bleef in Oosterhout en betrok een huis in de Wilhelminalaan. Toen ze trouwde, stopte mevrouw Van Weerden met werken. Ze had haar handen vol aan de huishouding, zeker toen zoon Peter in 1954 werd geboren. “Er was geen stofzuiger, geen wasmachine. De luiers waste ik op de hand en die gingen door de mangel.” In 1961 verhuisden ze naar de Taxandriëstraat en werd zoon René geboren.
Toen haar jongste zus, de zwerfster, in de Verenigde Staten woonde, wilde mevrouw Van Weerden haar daar opzoeken. Tot haar spijt wilde haar man niet mee. Groot was haar verbazing toen hij daarna zei dat zijn neef op reis naar Brazilië ging en hij best mee wilde. “Als jij mee gaat naar Brazilië en niet naar Amerika,” zei ik toen, “dan hoef je niet meer terug te komen.”
Gelukkig stond dat er niet aan in de weg dat het echtpaar in 2013 zijn 60-jarig huwelijksfeest vierde. “Maar een jaar later werd mijn man ziek en overleed hij.” Tot haar 90e heeft mevrouw Van Weerden zelfstandig gewoond. Na een val moest ze revalideren en nu woont ze in De Doelen. Daar heeft ze het naar haar zin. Ze gaat naar de muziekochtend op woensdag. Op donderdag naar de gym en elke vrijdagmiddag komt de kapper langs zodat ze er weer netjes uitziet.
Had ze het ooit gedacht dat ze 100 zou worden? “Nee, ik kan het zelf niet geloven. Het komt omdat ze altijd zo goed voor me zijn geweest,” zegt ze, doelend op haar zonen die haar verzorgen, met een grapje op zijn tijd. “Ze waren goede ouders,” vindt Peter “streng, maar rechtvaardig.”
Huzarensalade
Mevrouw Van Weerden leest elke dag de krant en houdt van historische romans. De huidige tijd vindt ze maar een rottijd. “Ik houd mijn hart vast,” zegt ze. Dat mensen elkaar het leven zo zuur kunnen maken daar snapt ze niks van. “Doe niet zo negatief tegen elkaar. Da’s zonde van de tijd, want het leven is al zo kort.” Om kleinigheden maakt zij zich niet meer druk. Maar dat betekent niet dat ze haar mond niet opentrekt. “Als iemand te laat is, zeg ik er wat van.” Maar liever dan klagen, komt ze met een idee. “Laatst was het erg warm en stelde ik voor om huzarensalade te eten.” Het menu staat echter lang van tevoren vast. “Toen brachten de fysiotherapeut en ergotherapeut huzarensalade mee,” vertelt ze. Daar genoot ze van.
CC (foto’s Casper van Aggelen)
Kent u of bent u iemand die 100 jaar wordt en haar/zijn verhaal aan Weekblad Oosterhout wil vertellen? Mail ons op: cc.weekbladoosterhout@outlook.com
