Natuurlijk. Zowat iedereen aan wie je het na afloop vroeg ‘vond het geweldig’. Maar vroeg je hen naar de verhaallijn dan vielen de meesten toch wel stil. Er kwamen dan veelal reacties in de sfeer die Hannie Broekhoven ook altijd tijdens de raadsvergaderingen uit, als ze ad rem uit de hoek wil komen: Ehhhhhh, ehhhhh, ehh…. Het was dan ook een collage, geen roman. Heel gezellig en lollig, zoveel is zeker en terecht ook vier keer uitverkocht.

40 Jaar Bussel werd gecombineerd met 25 jaar Grote Revue, hoewel dat laatste zeker niet klopt. Een teletijdmachine van Professor Barabas uit Suske & Wiske werd tevoorschijn getoverd, waardoor Karel Vermijs in verband werd gebracht met P.V.V. de Laat. Soms werkte dat verwarrend: “Ik mot nou gauw naar huis hoor, heb er vlees opstaan. Naar m’n eigen tijd dus.” Tom van den Bergh regisseerde, Ton Biemans schreef alles.

Doos

Het decor was eenvoudig gehouden. Vier witte stellages die af en toe van plek wisselden en van kleur veranderden. Op de achtergrond ook steigers met daarin de band onder leiding van Ludwig Antonissen. Muziek en zang waren heel dik in orde, gedanst werd er (gelukkig - evr) niet zo veel. Van de muziek hoorde je de eerste avond overigens vooral de toetsen, daarna ging het stukken beter. Alle acteurs hadden een rugzakje, een schatkistje was leuker geweest maar dat draagt zo moeilijk. Overigens deugden grime en kostuums ook heel best. Het thema was ‘de zwarte doos’, waarmee het podium van het theater werd bedoeld. De bouw ervan in 1984 riep redelijk wat protest op, vooral omdat er ook wat bomen voor moesten sneuvelen. Vermijs haalde niet alleen de talkshow van Sonja Barend maar ook bakzeil, en ‘kreeg’ in plaats daarvan wel een soort van boom in de gevel van het theater en nog iets, maar dat leest u helemaal onderaan dit verslag. Tussen al die passages kwam de actualiteit van de afgelopen twee jaar ook ter sprake, het meest nog aan de hand van zes ‘politici’ (Raaijmakers, Van Mook, Broekhoven, De Laat, Jespers en Van der Zanden). Hun eigenaardigheden werden fraai vorm gegeven, evenals de leegloop van Gemeentebelangen.

Asiel

De ‘rattenplaag’ (Wij zijn niet de vervuilers, dat zijn de mensen.) was wel wat erg langdradig, de windmolens in Dommelbergen, het gemeentehuis (‘Dat gaat naar Galvanitas hoor.’), de PVV-ideologie van De Laat (eigen volk eerst), het vertrek van Buijs, Oosterhouters van buitenlandse komaf en dat alles door elkaar hè. Zoiets als ons Jaaroverzicht van 2064. ‘En wie schrijft dat dan? Ja, Van Rooij, die is dan 109 jaar.’ De bezuinigingen op het theater (de Bussel verkast naar de Pannehoef), ‘Hannie Broekoven’ die (hier) voor het eerst een aantal woorden achter elkaar zei, en deze: “Dat AZC op Hoevestein is voor die mensen veel te gevaarlijk. Die gaan naar de Doelen en die bejaarden naar Hoevestein; die komen toch nooit meer buiten. Oh, dus dan moet ik asiel aanvragen als ik in het centrum wil wonen.” Want waar Janny van Bijnen in het Kleine Revuetje altijd haar moppermomenten heeft, zo schreef Biemans dit duo ook ‘tussen de bedrijven door’ met vaak hilarische dialogen. Overigens was dit voor de pauze wel de redding, want na de intro kakte het een beetje in. En intussen werd er ook nog auditie gedaan om mee te mogen doen aan de Revue.

Onmisbaar

Deze krant speelde een kleine ’rode draad’ in de revue, ten tonele gebracht door ‘muis’ Lieke Wouters, een van de nieuwe (en talentvolle) deelnemers die door ‘de audiëntie’ kwamen, aldus het Kaokelduo Van Bijnen en Caron. Overigens zat er heel veel jong volk in de revue en dat is een heel goed teken. Na afloop kreeg ondergetekende talloze keren de vraag ‘of het duur was geweest om zo vaak vernoemd te worden?’ Nee dus. Er zijn wel een andere ‘verklaringen’ maar die blijven lekker tussen de schrijver en ons. Maar dit alles leidde er natuurlijk toe dat kunst onmisbaar is, net als ons theater. Het draaide en draait om creatief zijn, ook al was er ‘geen tekst’. En laten we de mensen die daar werken nou ook eens een vet compliment geven voor wat die allemaal uitspoken. Het is daar een geöliede machine, of het nou op, achter of voor het podium is.

En als klap op de vuurpijl: Er komt ook ècht een Karel Vermijs Prijs. In de revue werd dat nog een beetje grappend bedoeld natuurlijk, maar Charlotte Louwers gaf dat idee aan het eind ook echte handen en voeten, mede in samenwerking met dit weekblad en de Oosterhout Academie. “De prijs beloont culturele initiatieven met een duurzaam karakter. Natuur en cultuur, we kunnen niet zonder beide”, aldus Louwers. De reacties op het initiatief waren ronduit enthousiast.

evr

(foto’s Casper van Aggelen)

GEBRUIK JE FANTASIE

Gebruik je fantasie! Fantasie!

Denk om en om en om,

Laat komen maar wat komt,

Nooit te dol of dom,

Gebruik je fantasie!

Gebruik je fantasie! Fantasie!

Er is geen fout of goed,

Het geeft niet wat je doet,

Je moet nu wel, je moet:

Gebruik je fantasie!

Schrijf over de Schout, die van Oosterhout!

- Dat was veertig jaren gelee!

De Heilige Driehoek? De bibliotheek?

- Dat deden we ooit, daarom: nee!

Maak dan een verhaal met een circus of zo!

- Dat hebben we hier al gehad!

Iets met een raket of een bruiloft in goud!

- Stond ook op de planken hoor, schat!

Surae, of hoe heet… O, ik zie het al weer!

Misschien iets met Napoleón!

Of iets wat dit stadje al jaren mankeert:

Een trein, een perron, een station!

- NEE!!

Gebruik je fantasie! Fantasie!

Dat willen we niet horen:

Ideeën die niet sporen!

Knoop dat in je oren!

Gebruik je fantasie!

Iets met de politiek dan?

- Doen we niet!

Of wat eigenlijk niet kan?

- Doen we niet!

Is er nog een advocaat?

- Doen we niet!

Iemand die zijn moeder slaat?

- Doen we niet!

Nou ja, hoe dan ook:

Gebruik je fantasie! Fantasie!

TEN STRIJDE

Die windmolens draaien

En woeien en waaien,

Die windmolens zijn mij

Een doorn in het oog.

Die windmolens maaien

En zwieren en zwaaien,

Ze zijn knetter lelijk,

Ze zijn veel te hoog.

Die reuzen zijn kneuzen;

Er rest ons geen keuze

We mollen die molens,

We halen ze neer.

Wij trekken ten strijde!

Ja zeker: wij beiden!

Te vuur en te zwaard, met

Een lans of een speer!

Kom volg mij!

- Ho! Ben jij dan Don Quichota!

Zeker! jij Sancho, mijn knecht!

- Dat vind ik wel idioot, ja!

Niet zeiken! ’t Is tijd voor ’t gevecht!

Daar is de vijand, die vuile!

Zwaait met zijn zwaard heen en weer.

Laat hem maar brullen en huilen,

Even nog, dan gaat ie neer!

Niets houdt ons tweeën nog tegen,

Niemand die ons kan verslaan.

Want wij behalen de zege,

Jij kerel, jij gaat er aan!

Ranzige reus, o zo groot, ja!

Hoe dapper dat je ook vecht:

Wacht maar, hier is Don Quichota,

Met Sancho, haar stevige knecht!

NIET VAN OOSTERHOUT

Wij zijn niet van Oosterhout,

Wij komen van ver weg,

Van ver weg, van ver weg…

Wij zijn niet van Oosterhout,

Wij gingen weg van huis,

Wij vonden hier een thuis.

Soms tijdelijk, dat klopt,

Soms ergens weggestopt.

Wij zijn niet van Oosterhout,

Mijn opa kwam van ver,

Kwam van ver, kwam van ver…

Wij zijn niet van Oosterhout,

Wij kwamen over zee,

Doen nu met alles mee.

Ons thuisland is vernield,

Mijn huis waar ik van hield.

Wij zijn niet van Oosterhout,

Wij kwamen voor het werk,

Voor het werk, voor het werk…

Wij zijn niet van Oosterhout,

Wij werken op het land,

Van alles door mijn hand.

Wij vegen, maken schoon,

Deez stad, waar ik nu woon.

Wij zijn niet van Oosterhout,

Ons hart dat ligt nu hier,

Ligt nu hier, ligt nu hier…

Wij zijn niet van Oosterhout,

Al doen we zo ons best,

Is elke dag een test.

Soms zien ze ons niet staan

Of kijken ons vreemd aan.

Vreemd

Ontheemd

Raar

Maar waar

Maar waarom?

LEVE DE KRANT

Als je snel wilt weten

Hoe het met de wereld staat,

Of als je benieuwd bent

Hoe het met B.N.-ers gaat,

Als je heel nieuwsgierig bent

Naar de politiek,

Alles op wil vreten

Van theater of muziek…

Druk je op een knopje

Van je tablet of PC,

Van je telefoon, want ook

Dat kleine ding doet mee.

Razendsnel verschijnen

De berichten voor je neus.

Makkelijk hoor, maar ik ga

Voor een andere keus!

Geef mij maar een papieren krant!

Ik houd het nieuws graag in de hand!

Laat mij maar lekker bladeren,

De wereld zo benaderen.

Er gaat niets boven echt papier,

Want dat is voor mij leesplezier.

Ik heb een hele hechte band

Met mijn dagelijkse krant.

En voor het lokale

Valt het Weekblad elke week

Met een hoop bombarie

Op de deurmat en ik steek

Honderden minuten

In het lezen van dat blad!

En na afloop zucht ik blij:

Dat heb ik weer gehad!

Ik zweer bij een papieren krant,

De zwarte inkt zit op mijn hand.

Dat komt van al het bladeren,

De inkt zit in mijn aderen.

Het lezen geeft me veel plezier,

Ik ben zo blij met dit papier,

Want er zit nog een andere kant

Aan mijn dagelijkse krant:

Hij kan ook in de kattenbak,

Versnipperd voor het katgemak.

En gaten kun je stoppen

Met propjes of met proppen.

Je legt hem voor een ouwe kast

Met in je hand een verfkwast.

Ik ben een heel tevreden klant

Met mijn papieren krant!