Het is een populaire IVN-wandeling, in de bijzondere tuin van Toon Thielen in Dorst, dus waren er zaterdagmiddag twee shifts uitgezet voor de ruim 60 bezoekers. Liefhebberij genoeg om met een gids rond te neuzen tussen de bijtjes en de bloemetjes van het stuk weelderige natuur op de voormalige kwekerij aan de Steenovensebaan.

Zo’n 20 jaar geleden gaf Toon Thielen de grond van zijn traditionele kwekerij van 4 hectare terug aan de natuur. In vier groepen wandelden de bezoekers door deze natuurtuin met vijvers en poelen en kon de gids van wal steken. Over de wilde gagel die een beetje naar tijgerbalsem ruikt. De bezoekers roken aan de bladeren van de pindakaasboom en snapten waarom die zo heet. Als je tenminste goede geurpapillen had. Bijzonder waren de bouwwerken in de tuin, zoals de zelfgebouwde Afrikaanse hut, insectenhotels en een holle boom waar een bijenvolk woont. Voorzichtig deed gids Dolfje het deurtje open en kon iedereen de ingenieuze gebouwde raten bewonderen. Ook waren er experimenten met uitgezette schimmels en egels in de hoop op nageslacht. En veel takkenwallen, met stengels bamboe en ander ‘tuinafval’, een paradijs voor insecten, muizen en andere gasten.

Vossen en reeën

Hoe verder je in de tuin kwam, hoe wilder het werd. Het kruidenrijke grasland stond kniehoog en werd eenmaal per jaar gemaaid. Gelukkig had Toon voor zijn bezoek een paadje vrijgemaakt. Je wilt natuurlijk niet dat er een teek mee naar huis gaat. Al zei Toon (79) dat hij zelf nog nooit nadelige gevolgen van een tekenbeet had ondervonden. Op zijn fiets reed hij langs de groepen bezoekers en gaf extra uitleg. “In die kast zat een torenvalk, maar die is nu weg.” In een boom zaten op een gegeven moment wel 17 steenuilen. Het kan allemaal in de Tuin van Toon Thielen, waar vossen en reeën uit het natuurgebied De Duiventoren welkom zijn. Alleen bij de aardbeien was er een hekwerkje overheen gezet. “Er bleef geen aardbei meer over.” De bloemenperken met phloxen, zonnehoed, lupines, witte peen en cosmea waren bijzonder fotogeniek en de gids demonstreerde interessante feitjes. Als je de bloem van Sint-Janskruid tussen je vingers wreef kwam er rood sap vrij. Dat was het bloed van de naamgever, Johannes de Doper. U weet wel, die met zijn hoofd op een schaal eindigde.

Soms nam de natuur het helemaal over in de tuin. Zoals bij de vijver achterin die helemaal werd overwoekerd door de Australische watercrassula, een exoot die ooit als vijverplant werd ingevoerd. De vijver is twee keer leeg- en schoongemaakt en nog steeds kruipt het plantje op de oever. Dan is exotisch toch stukken minder leuk. Tot slot was er een slokje in de zelfgemaakte tipi. Bij de IVN-kraam kon je nog voelen, zien en herkennen, als je tenminste goed had opgelet.

CC (foto's CC)