Het was dochter Elly die Weekblad Oosterhout tipte over het 68-jarige huwelijksjubileum van haar ouders. Een bijzondere mijlpaal vond ze. En wij ook, want maar weinig echtparen bereiken hun granieten bruiloft, zoals dat heet. Ook het bruidspaar vond het leuk ons te woord te staan voor deze mijlpaal. Al dacht de bruid: “Zoveel hebben we toch niet te vertellen?” Nou, dat viel wel mee.

Leo (90) en Cok (91) van de Pavert wonen nog steeds zelfstandig in hun woning in Strijen. En dat al 53 jaar naar volle tevredenheid. Aan hem kun je nog horen waar hij oorspronkelijk vandaan komt. “Rotterdam!” En nog altijd draagt hij Feyenoord een warm hart toe. Oosterhout kwam eind 50’er jaren in beeld toen Leo via zijn baas te horen kreeg dat er huizen gebouwd werden, aan het Wilhelminakanaal, vlakbij de latere Verenigde Buizenfabrieken (VBF). Hij werkte daar op de salarisadministratie. “Er was woningnood. Ja, toen ook. We woonden in Rotterdam drie hoog, in twee piepkleine kamertjes.” Vanaf 1961, toen hun eerste kind op komst was, gingen ze in Oosterhout wonen.

Verkering

Maar we beginnen bij de verkeringstijd. Leo begint enthousiast te vertellen, terwijl zijn vrouw luistert. “We kwamen elkaar met wederzijdse vrienden zondagmiddag tegen, op de speelweide bij de bosjes, zoals we dat noemden. Een leuke meid, vond ik haar.” Zij vond hem ook leuk, al brandde hij haar op een volgend afspraakje per ongeluk met zijn sigaret. “Ik werd gebrandmerkt,” grapt Cok. Ze waren 17 en 18 jaar en hadden eerst vijf jaar verkering. Er werd gespaard voor de uitzet. “Nou, erg hard ging dat niet. We legden kleingeld apart, kwartjes en centen.”

Rotterdam was ernstig gebombardeerd in de oorlog. “In Rotterdam-Zuid waar ik woonde viel dat mee,” vertelt Leo. “Maar die honger.” Zijn vader werkte op de tram en toen die niet meer reed, ging vader bij de gaarkeuken aan de slag. Daar kon Leo dan aan wat eten komen. “De soep, dat was een grijze brij.” Die tijd heeft het echtpaar gevormd. “Allemachtig, wat een armoede was dat. Dat blijft altijd bij je.”

Radio

Ze trouwden op 9 juli 1958. “Nee, er was geen feestje. De familie kwam bij ons thuis langs. ‘Hebben jullie geen plaatjes,’ vroeg een tante die de muziek miste.” Maar nee, die was er niet. Nog niet. Want net na hun trouwen kon Leo het niet laten. “Ik was verzot op een radio. Toen ik het bedrag bij elkaar had, heb ik die gekocht. Man, wat was ik blij. Maar ja, Cok had vakantie en verdiende niks. Mijn salaris kwam pas op de laatste van de maand.” Die eerste maand hadden ze dus geen rooie rotcent.

Het echtpaar werd gezegend met drie kinderen en zeven kleinkinderen. Elly, de oudste dochter, geeft aan dat ze zijn opgevoed vanuit de gedachte dat je goed voor elkaar moet zorgen. Lief zijn voor elkaar. Dat geeft ze ook door aan haar vier kinderen en ziet ze terug bij broer Rob en zus Marjan. Ook kregen de kinderen mee dat het belangrijk is om zelfstandig te zijn. Dat geldt ook voor het bruidspaar zelf, want hulp vragen is best moeilijk. “We vragen te weinig, maar meer dan genoeg,” zegt Cok. Tot aan haar 90e verjaardag heeft ze nog gefietst. Na een val, is ze toen gestopt. Het is voor Cok moeilijk om te accepteren dat ze sommige zaken niet meer kan doen, zoals zelf boodschappen doen.

Naaimachine

Als het gaat over naaien, de grote passie van Cok, beginnen haar ogen te glimmen. “Al vanaf mijn 13e was ik naaister,” vertelt ze. Haar hele leven heeft ze achter de naaimachine gezeten en kleding gemaakt voor de familie. Toen het echtpaar het zich kon veroorloven, werd er een mooie Bernina naaimachine aangeschaft. Dat is Cok’s grote trots. Tot haar grote verdriet lukt het naaien sinds twee jaar niet meer, nadat ze enkele attaques heeft gehad die hun sporen nalieten. “In mijn hoofd weet ik nog precies hoe alles moet. Maar mijn handen werken niet meer mee,” zegt ze. Ook de ogen laten het afweten. Door de verhalen schemert door dat het zelfstandig wonen moeilijker wordt. “Maar we blijven het samen rooien.” Ze zijn blij met de traplift en Leo heeft tegenwoordig een scootmobiel. Hij heeft een stok sinds hij moeite heeft met lopen. Elke week doet hij met de jongste dochter boodschappen en onlangs kwam hij bij de Nettorama ten val. “In een rek met krentenbollen,” zegt hij met een kwinkslag. Gelukkig maar. Toch zette het voorval de familie aan het denken over een plan B voor de toekomst. Daar zijn ze nu mee bezig.

Sjouwen door de bergen

Maar liever praten ze over al het moois wat ze samen hebben beleefd. Fijne vakanties met de kinderen in de tent of de vouwwagen in Zweden of Oostenrijk. “Lekker sjouwen door de bergen.” En dan die keer dat ze in Zwitserland waren en Cok de naam van het plaatsje herkende waar ze na de oorlog had aangesterkt. “Ik was een hongerkind,” vertelt Cok. Ze ontdekte het vakwerkhuis waar ze drie maanden had gelogeerd.” De dochter des huizes kwam naar buiten en vroeg: “Bist du Cornelia?”. Toen vielen ze elkaar in de armen.

Leo had een drukke baan en reisde als vraagbaak voor het personeel langs de andere vestigingen van de buizenfabriek. “Ik was vaak pas laat thuis. Maar dankzij Cok verliep daar alles op rolletjes.” Als hij in Oosterhout werkte, kwam hij tussen de middag thuis eten. “Zie je niets?” vroeg Cok op een keer. Ik keek rond in de woonkamer en zag toen dat al het behang eraf was.” Dan gaf Cok de kamer zelf een nieuw behangetje. Ze stond haar mannetje. “Maar behangen dat lukt me nu niet meer,” zegt ze grappend.

Toen Leo met pensioen ging, maakte het echtpaar verre reizen: Indonesië, Thailand, Zuid-Afrika of de Verenigde Staten. “Dat was een mooie tijd,” zegt Leo en Cok luistert. Zo is dat altijd geweest. Zij vult hem aan en maakt af en toe een grapje. Niet dat ze het altijd eens zijn. “Maar dan praten we erover.” Ze komen er altijd wel uit. “We zorgen goed voor elkaar.” Natuurlijk kennen ze elkaars mindere kanten. “Dat hoort erbij en dat moet je accepteren. Maar als er iets is, dan praten we erover.” Ze hebben het goed samen. En dat al meer dan 68 jaar.

CC (foto’s CC)