In 1995 nam Jos van der Heijden uit Oosterhout deel aan de vredesmissie in Bosnië. De traumatische afloop daarvan is bekend. Op 11 juli 1995 viel de enclave Srebrenica en werden ruim 8.000 Bosnische mannen en jongens door de Serviërs vermoord. Een gebeurtenis die diepe wonden achterliet. Van der Heijden is nu 84 jaar. Zijn ervaringen zegt hij goed te hebben verwerkt. Toch reisde hij in september 2024 met zijn vrouw Antoinette en vijf oud-Dutchbatters terug naar de plek waar hij was gestationeerd. Dit was te zien in de documentaire ‘Terug met Dutchbat’ die op 18 juli werd uitgezonden. In hun appartement in Vrachelen blikken Jos en Antoinette terug en vertellen ze over hun persoonlijke missie die hen naar Srebrenica bracht.

Andere Dutchbatters liepen tijdens de uitzending trauma’s of PTSS op. Hun terugkeerreis maakte onderdeel uit van het verwerkingsproces. “Wij gingen terug om iets vreugdevols te geven en het dan af te sluiten,” zegt Antoinette van der Heijden. Toch bleek het voor het echtpaar ook bijzonder emotioneel. “We zaten in een kring met de vrouwen van Srebrenica. Vrouwen wier mannen of zonen destijds waren vermoord. Zulke sterke en vredelievende vrouwen. ‘Jullie konden er niets aan de doen,’ zeiden ze tegen ons. ‘Het was de politiek die heeft gefaald.’ Toen hebben we allemaal een potje zitten janken.”

Zandbak

We gaan terug in de tijd. Begin 1995 was het nu of nooit voor Jos van der Heijden, toen 54 jaar. Met dertig dienstjaren op de teller was hij nog nooit uitgezonden. Als sergeant-majoor bij de geneeskundige dienst werd hij aan de vredesmissie naar Bosnië toegevoegd. Het thuisfront stond achter zijn keuze en hij greep die kans met beide handen aan. “Het voelde alsof ik al die jaren in de zandbak had gespeeld en nu in de speeltuin mocht komen.” Hij werd met Dutchbat III uitgezonden naar Bosnië-Herzegovina. “Wisten wij veel waar Srebrenica lag,” zegt hij nu.

Zo’n zes maanden werkte Van der Heijden bij de geneeskundige dienst op de compound van Dutchbat. Het was bijzonder spannende tijd. Op zijn tweede dag liep de commandant op een mijn. “Hoe is het met mijn voet?” vroeg die toen hij op de brancard werd binnengedragen. Niet best zag Van der Heijden meteen. De voet werd geamputeerd. Of er stond een vader aan de poort met zijn jonge kind in de armen. Dat kindje bleek te zijn overleden. “Toen moest ik hem zijn dode kind teruggeven. Dat heeft me diep geraakt”, vertelt hij. Van der Heijden bleef in zijn functie steeds op de compound. Tijdens de enige keer dat hij de poort uitging, is de foto gemaakt waarop hij poseert met een groepje kinderen uit Srebrenica.

Tandpasta

Zijn vrouw meldde zich aan bij het thuisfrontcomité. Zij stuurde pakketjes met tandpasta en tandenborstels. Die stalde haar man uit in zijn kruidenierswinkel ‘Het Kot’. “Toen is het idee geboren om de kinderen les te geven in hygiëne en EHBO waarna ze een tube tandpasta kregen.” Zijn vrouw wilde hier iets positiefs doen. “Om me heen kreeg ik soms negatieve reacties dat Jos in Bosnië zat. Iemand zei: hij doet het alleen voor het geld.” “Mijn hart zit niet in mijn portemonnee,” reageert haar man. Zijn vrouw opperde het idee om een uitwisseling met tekeningen te doen. “De kinderen van de Paulo Freireschool maakten tekeningen voor hun leeftijdsgenootjes in Srebrenica en andersom.” Het was de bedoeling om die uit te ruilen. Maar de geschiedenis besliste anders.

Nijpender

Na verloop van tijd werd de oorlogssituatie in de regio steeds nijpender. “Wij zaten in een vallei,” zegt Van der Heijden, “en de Servische troepen op de omringende bergen. Ze blokkeerden de toevoer naar de compound. Er kwam geen diesel meer, geen medicijnen of verse levensmiddelen. Weken aten we blikvoer.” Militairen die voor verlof naar Zagreb gingen konden niet meer terug en het bataljon verzwakte. “We hadden lichte wapens waarmee we alleen mochten terugschieten als we werden beschoten. Ons schervenvest hadden we uit moeten doen. Op een gegeven moment zaten we nog met zo’n 300 tot 400 militairen. Voor zo’n omvangrijke missie was dat onverantwoord.”

Ellendig

Jos van der Heijden zou op verlof gaan, maar dat wordt enkele keren uitgesteld. Op 5 juli krijgt hij plots het bericht dat hij mag gaan. Op 11 juli, de dag dat de Serviërs de enclave binnenvallen, is hij er niet bij. Ellendig vond hij dat. “Ik had bij mijn mannen willen zijn. Ik wilde ze opvangen.” Er waren enkele Dutchbatters gegijzeld. “Toen er op 11 juli eindelijk luchtsteun kwam, dreigde de Servische generaal Mladic die gijzelaars bij een volgende luchtaanval te doden.” Machteloosheid alom terwijl Van der Heijden thuis voor de tv zat. Mannen en vrouwen werden gescheiden en zo’n 8.000 mannen werden afgevoerd en in de dagen erna vermoord. Het was een gruwelijk einde van deze mission impossible. Van der Heijden vindt het nog steeds belangrijk om te vertellen wat er echt is gebeurd. “Wij kregen de schuld van hetgeen gebeurd is. Maar dat klopte niet. We konden niets doen. Wij stonden machteloos.”

Maar je moet door vindt hij. “Mijn instelling is: ben je ergens mee bezig dan ga je voluit, maar daarna is het klaar. Dan moet je weer door, anders wordt je rugzak te vol en val je om.” Hij gaat zelfs nog op een tweede missie naar Busovača in Bosnië. Op zijn 55e zwaait hij af.

Pakketje

Terug naar de tekeningen. “Opeens lag dat pakje in de bus.” In het pakketje zitten de tekeningen van de Bosnische kinderen. Wie dat heeft gestuurd, is het echtpaar nog steeds een raadsel. Jarenlang zaten zij met de tekeningen in hun maag. “We dachten eraan om ze zelf terug te brengen, maar met de caravan kwamen we nooit zover.” Tot het moment toen zij het in magazine Checkpoint van het Nederlands Veteraneninstituut lazen dat Dutchbat-veteranen kunnen deelnemen aan een terugkeerreis. Die worden georganiseerd door Bosniëveteraan Lucien van Groenestijn, ook uit Oosterhout.

“Ik ging mee, maar had geen trauma zoals enkele reisgenoten,” vertelt Van der Heijden. Zijn vrouw vult aan: “Wij dachten, als we de tekeningen terugbrengen kunnen we iets vrolijks toevoegen.” Maar ook voor hen werd het een beladen reis. In de documentaire is te zien hoe ze naar de gedenksteen van een omgekomen soldaat gaan waar Van der Heijden salueert. Ze brengen een bezoek aan de moeders van Srebrenica, de 7.000 witte grafzerken op de begraafplaats en luisteren naar verhalen van overlevenden. “Maar het motto in onze groep was, kom op en schouders eronder.” Ze deden het met zijn allen.

Uiteindelijk werden er drie bewoners van het dorp teruggevonden die als vijf- of zesjarige een tekening hadden gemaakt. “Een man en twee vrouwen.” In de documentaire is te zien dat het echtpaar de tekeningen aan hen teruggeeft en de herinneringen terugkomen. De tekeningen geven een inkijkje in het leven van een kind in oorlogstijd. Mannen met geweren, witte VN-bussen en huizen die in brand staan. Voor een vrouw is haar tekening van onschatbare waarde. “Zij had niets meer van toen. Alleen deze tekening. Het waren emotionele momenten,” zegt Antoinette van der Heijden. De rest van de tekeningen hebben ze achtergelaten in het herdenkingscentrum van Srebrenica. Voor het echtpaar is het doel van hun reis bereikt. Hun missie is na 30 jaar voltooid.

CC

Ps. De documentaire ‘Terug met Dutchbat’ werd door de EO uitgezonden op 11 en 18 juli 2025 en is nog enige tijd terug te kijken via NPO Start.