Nee, in een gat gaat ie niet vallen, want wie Ton Biemans vijf minuten tijd geeft ziet alweer een invulling, desnoods als Sinterklaasdichter. Bovendien kunnen ze in dat openluchttheater aan het Paterserf wel een gat graven, maar nooit zo diep dat hij er niet uit kan komen. Dat hij een behoorlijk gat achter laat is wel zeker, want ook al had hij niet de regie, zijn inbreng in de talloze stukken waar hij aan meewerkte was minstens medebepalend.

Is Ton Biemans dan zo’n alles bepalende figuur? Een dictator wellicht? Nee joh, integendeel. Maar zijn drive, zijn inzet en zijn ervaring dwongen dat gewoon af. Hij was geen ‘baas’ omdat hij baas heette, maar omdat ie het gewoon was en is. Maar nooit liet ie zich daar op voorstaan, hij dwong (en dwingt) het gewoon af, waar hij ook maar betrokken bij is. Of het nou het openluchttheater is, de revue of het Klein Revuetje, het Kaokelen … Biemans haal(de) je er altijd uit.

Prijs

Geen wonder dan ook dat hij een paar jaar geleden de Cultuurprijs won. Dat had al veel eerder gemoeten, maar de gemeentelijke richtlijnen zeiden ‘dat je daarvoor in Oosterhout moest wonen’, tja, en hij woonde toen nog vlakbij café de Beyerd in Breda. Pas in 2015 kwam hij terug naar Oosterhout. Jaap Oomen won hem ook (nog) nooit (wel met het Klein Revuetje) want die woont in Teteringen. Hou toch op met dat gelul, het zijn gewoon mensen die meer hebben met Oosterhout dan met Oosterhout-Zuid en hun sporen hier meer achter laten dan waar dan ook. Met het openluchtspelgroep won hij overigens ook meerdere keren de Anton Huijbersprijs. De laatste daarvan werd uitgereikt in 1984. “Haha, die wonnen we ooit ook omdat er maar een stuk of drie groepen meededen hoor.”

Prikbord

Biemans werd geboren in 1955, ging vanuit Gilze naar het Oelbert, haalde zijn kandidaats Nederlands in Utrecht en zijn doctoraal in de Theaterwetenschappen, ook daar. Hij kreeg een baan (drama-les) aan de mbo-opleiding Boeimeer in Breda en werd na een jaar of zeven (1999) directeur van de Schattelijn in Geertruidenberg. “Toneelspelen kreeg ik van thuis uit mee. Zowel pa als ma speelden bij een toneelvereniging. De allereerste voorstelling die ik hier, in het openlucht, bezocht was toen ik elf jaar was. Mijn vader nam me mee. Dat was in 1967 en het stuk heette ‘Joseph in Dothan’. Toen ik op het Oelbert begon zag ik een briefje hangen op het prikbord waarin een jonge speler werd gevraagd. Joep Huiskamp (toen nog peter Desiderius) had de regie. Het was de eerste uitvoering waarin een meisje (van het Frencken) meedeed, daarvoor deden er alleen jongens mee. Het stuk heette ‘De kleine dominee’.”

Aangrijpend

In 1969 was er geen rol voor kinderen en in 1970 helemaal geen stuk. “Toen hebben Jan Schippers, Antoine Uitdehaag en pater Remaclus samen de Openluchtspelgroep opgericht en in 1971 kwam het stuk ‘De Doordraver’ van Molière.” In 1975 kwam de eerste jeugdproductie en daar deed Biemans ook aan mee. Hij ging de jeugdproducties ook regisseren en deed dat tot 1986. “Toen heb ik even pauze genomen, in 1992 kwam ik terug.”

De voorstellingen die hem het meest bij staan zijn Ghetto (1997), De Kaukasische Krijtkring (1998), Festen (2004) en Kinky Boots (2015). “Soms gewoon omdat het enorm aangreep, soms omdat het gewoon echt plezier opleverde.”

Corso

Maar wie dacht dat hij zijn vrije tijd verder onbenut liet heeft het helemaal mis. Jarenlang speelde en regisseerde hij ook bij theatergroep Spot in Breda, speelde een aantal keren mee met het Zunderts toneel, speelde eerst bij het Zoldertejater, later bij Vogelvrij, had hier en daar een gastrol, schreef, speelde en regisseerde de Nieuwjaarsrevue en het Klein Revuetje, regisseerde (“voor zover daar mogelijk …”) het Kaokelen en kwam zo soms op wel drie of vier stukken per jaar. Hij zong (en zingt) met carnavalskapellen en sinds 2001 is hij nauw betrokken bij het Bloemencorso van Zundert. “Vooral tekstueel voor het Corsief dat vier keer per jaar verschijnt en ik bemoei me met de presentatie.”

“Ik heb geweldige rollen mogen spelen en soms ook mogen zingen. Dat ik ermee stop heeft er ook mee te maken dat de groep steeds jonger wordt en op enig moment is het gewoon klaar”, zegt hij. “Daar heb je zelf de regie over hè.” Zijn allerlaatste voorstelling over camping De Bosuil schreef ie nota bene ook helemaal zelf. Dat idee kwam van Wim en Jeroen Hendriks en het was tof om te schrijven.” Bij zijn afscheid kreeg hij een ipad met daarin àlle foto’s die er ooit van zijn acteerkunsten zijn gemaakt. Kortom, met zijn vertrek verliest de Openluchtspelgroep wel een geweldige vaste waarde, maar Oosterhout i hem zeker nog lang niet kwijt. “Mijn oma werd 105 dus wie weet”, lacht hij.

evr