In de auto op de terugweg van het ziekenhuis waar we afscheid van haar namen opperde ik: Kunnen we nou werkelijk níks verzinnen waardoor we een hekel aan haar kunnen krijgen? Daardoor wordt een afscheid soms iets draaglijker. De trut, of de klootzak. Nee dus, dat konden we niet. Bij thuiskomst merkte iemand op, dat niks toch ook iets is. Oh ja, da’s waar. Hoe irritant is het als je niks kunt verzinnen om het leed wat draaglijker te maken.

Woensdag 13 augustus om 9.30 uur was ze nog fris en fruitig in de weer met van alles en nog wat. Drie uur later lag ze met een hersenbloeding op de spoedhulp van het Amphia en was ze al ‘uitbehandeld’ verklaard. Het was ook precies zoals ze het had gewild. “Voor mij geen rolstoelen of verzorgingshuizen”, zei ze altijd. Ze kreeg haar zin. Op haar 81-ste is Cock Gorisse, ons historisch geweten, donderdag overleden. Maar ze was ook een beetje ‘ons aller moeder’, want je kon bij haar voor van alles aankloppen en je ging nooit met lege handen de deur uit, of het nou vijgen waren, ideeën of troost.

Aards

Honderden lezingen heeft ze op haar naam staan, tientallen publicaties en boeken, waarvan ‘Oosterhout, niet van gisteren’ hier natuurlijk het bekendst is. Maar zo’n boek schreef ze ook voor de gemeente Tilburg en nog niet zo lang geleden voltooide ze ook het boek over het Amphia-ziekenhuis. Tal van historische genootschappen mochten en konden op haar hulp rekenen, net als heemkundekringen en, niet te vergeten, de Oosterhout Academie, waar zij bijna negen jaar de geschiedenislessen voor haar rekening nam. En altijd vrolijk, altijd zo heerlijk ‘gewoon gebleven’, zo lekker aards. Tussen al die bedrijvigheid door las ze boeken, heel veel boeken. Er ging bij haar geen minuut verloren en als je dat allemaal bij elkaar optelt is ze minstens 130 jaar oud geworden.

En dan nu gehemeld, Ridder in de Orde van Oranje Nassau of niet. Gastvrij tot in het bijkans oneindige. Het werd bij haar pas altijd ècht leuk als ze Algemeen Beschaafd Nederlands moest praten, althans, als ze zelf vond dat ze dat moest doen. Het Wosterouts was en bleef verrekte dichtbij.

Ze schreef zoals ze was; heerlijk toegankelijk en waar een kwinkslag was toegestaan (in wetenschapskringen natuurlijk not done) gebruikte ze die ook. Had je een artikeltje nodig voor de krant dan was dat er binnen hooguit één dag.

Hart

Nog niet zo lang geleden nam ze afscheid van Stichting de Heilige Driehoek waarover ze bloedserieus waakte (een autovrije Kloosterlaan, kritisch volger of tegenhanger van de meeste plannen van Richard Oomes en Maria Magdalena en dan was ze bepaald niet de gemakkelijkste) en waar zij de kunsttentoonstelling H3H Biënnale op poten zette. Maar ook was ze het grote brein achter de Hart van Oosterhoutgroep, die op hun beurt weer waakte over het monumentale gedeelte van onze binnenstad. De Schelptuin is mede aan die inzet te danken. En jarenlang schreef ze samen met Frans Brekelmans wekelijks ‘de Antonnekes’ in het Kanton en later (door ons getransfereerd) nog in dit weekblad. Moesten ze ‘op het matje komen' bij burgemeester Ligtvoet en gingen ze pas na een heleboel flessen wijn de deur uit.

Konijn

Cock was de oudste van een gezin met acht kinderen. Thuis hadden ze een konijnenpaleis en nee, dat was niet voor de sier. “Ik mocht samen met ons vader het konijn uitzoeken dat op tafel moest komen”, lachte ze. Ze deed de HBS, volgde een analistenopleiding en ging werken in Limburg. In Nijmegen deed ze de Sociale Academie, want nee, ze was nooit klaar. Ze kwam terug naar Oosterhout en belandde in de gezinszorg (daar had ze de mooiste verhalen over) maar ze wou verder. Tijdens de studie sociologie en psychologie werd haar liefde voor het vak geschiedenis aangewakkerd. Ze schakelde over en zou er later ook nog in promoveren, doctor (dr.) dus, want drs. was ze al. Haar uitgeverijtje noemde ze Significant, ofwel, ‘iets wat ertoe deed’. Nou, dat deed het dus. Een postuum eredoctoraat zou hier niet misstaan. Beter nog: Het ereburgerschap.

Vertrouwen

Tussen Cock en mij ontstond een vriendschap en nee hoor, ik was bepaald niet de enige. Maar tussen ons in hing een vitrage: Ik wist dat ze soms een dubbele agenda had, een geheim verborg, en zij wist dat mijn kranten’lampje’ altijd aan stond, ook al stond ik bij haar de heggen in haar enorme tuin te snoeien. Ik nodigde haar uit voor zo’n semi-commerciële busreis (drie nachten vol pension naar Winterberg voor 25 gulden … vol bejaarden natuurlijk) en ze ging mee hè. Lachen, gieren, brullen. Ze hielp mensen die in de knel waren gekomen aan huisvesting bij haar thuis of ze financierde een koopwoning voor hen. En jazeker, dat kwam dus altijd ook gewoon goed. Vertrouwen geven is vertrouwen krijgen, zo luidde haar motto. Niemand die haar teleurstelde. Je kon met haar uit eten gaan en ze lachte zich rot om de meest gruwelijke dingen die je tegen een serveerster zei. Zij had precies ‘mijn’ gevoel voor humor. Groot gezin, geen curling-ouders en dat soort gezeik.

Uit dit alles moge blijken dat Cock Gorisse een uitermate betrokken mens was bij alles en iedereen in dit storp. Ze won de Cultuurprijs, werd Grootste Kaai en kreeg nog tal van onderscheidingen, dat zegt meer dan genoeg. Veel ging haar aan ‘t hart, maar daar liet ze het niet alleen bij, ze ondernam ook actie. Om dat soort mensen (diplomatiek ook) zit Oosterhout te schreeuwen, maar ze worden steeds zeldzamer. Ik weet het, Cock is niet te vervangen, maar laat er in godsnaam iemand opstaan die er ongeveer net zo over denkt. In godsnaam? Vanuit de hemel zal ze dat vast en zeker gaan regelen, want daar is ze zeker.

evr

(foto’s Casper van Aggelen)