Het politieapparaat staat nu in 2026 in de belangstelling. Wie wil nog bij de politie werken? In 1965 vond werving van nieuwe agenten plaats op de UlO. Dit leest u in een artikel uit het Kanton van 8 april 1965.Verleden en heden. Goede en Slechte tijden. Verhalen, herinneringen van toen en nu, willen wij opnieuw onder uw aandacht brengen. Bent u geïnteresseerd in de geschiedenis van Oosterhout, bezoekt u dan onze website: www.hkoosterhout.nl Alle verhalen uit de oude doos zijn letterlijk overgenomen uit oude Oosterhoutse weekbladen. Voor elk verhaal is de datum waarop het verhaal is geschreven vermeld.
Spreker, die werd ingeleid door de heer Ch. Krijnen, hoofd van de jongens ulo alhier, illustreerde zijn inleiding aan de hand van een bijzonder geslaagde serie dia’s, verzorgd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken in samenwerking met gemeente-politie van enkele grote gemeenten.
Deze dia’s samengesteld ter ondersteuning van wervingsacties ten gunste van de politie in het algemeen, worden beschikbaar gesteld aan gemeenten. Ook de gemeentepolitie Breda beschikt over een serie van deze dia’s, welke zij ter beschikking stelt aan andere korpsen in West Brabant. Oosterhout was de eerste plaats, waar deze dia’s in het kader van deze uitwisselingsactie werden vertoond. Leden van het Bredase Politiekorps verzorgden ook de uitvoering ervan.
Waar de heer Krijnen nadrukkelijk stelde, ook in zijn dankwoord aan het einde van de bijeenkomst, dat de belangstelling van zijn jongens niet allereerst gericht was op het wervingselement maar veeleer op juiste voorlichting om een goed inzicht te verkrijgen in de functie van het moderne politie-apparaat, heeft de heer Waas zich daarbij volledig aangepast.
Bij de uiteenzetting, gericht op het beantwoorden van de vraag waarom er politie behoort te zijn, ging hij uit van een voorbeeld van een voetbalwedstrijd, waarbij, wil men tot inderdaad een geregeld spel’ kunnen komen, een aantal regels behoort, welker handhaving het spel mogelijk maken en tot handhaving waarvan o.m. een. scheidsrechter ’ en grenswachters aanwezig behoren te zijn zowel als de mogelijkheid van bestraffing of rechttrekken van een zich onttrekken aan die regels.
Hetzelfde geldt voor het maatschappelijk leven, zo stelde hij, waarbij een reeks van regelingen en voorschriften de leefbaarheid voor ieder lid van die maatschappij mogelijk moet maken. En waar handhaving van regels nu eenmaal vraagt om corrigeren bij overtreden daarvan is het onvermijdelijk, dat er personen nodig zijn om het handhaven daarvan te controleren, te bevorderen en eventueel corrigerend, c.q. straffend te kunnen optreden bij overtredingen.
Hij schetste een aantal duidelijk aansprekende directe taken van de politie terzake, zoals: handhaven van de wettelijke normen (regels), handhaven van de algemene orde, surveillance, hulp bieden, voorkomen van overtredingen enz., alles aan de hand van velerlei voorbeelden. De gehele opzet daarbij was bijzonder duidelijk en gaf een goed inzicht in de vooral jongste ontwikkeling in de taken van de politiemacht, zowel de rijkspolitie als gemeentepolitie. Om enkele voorbeelden, door hem aangesproken, te noemen: handhaving van de jachtwet, opsporing van misdrijven, strandredding, rivierbewaking, optreden voor afzettingen, handhaven van de orde op straten en wegen, vreemdelingentoezicht, controle in café’s e.d.
Aan de hand van al deze voorbeelden noemde hij het ambt van de politie een inderdaad vaak zwaar „doch boeiend ambt, boeiend vooral door de velerlei verschillende taken, welke aan hen opgedragen worden.
De politie-man
Hij ging verder in op de eisen welke, aan de toekomstige politieambtenaar gesteld worden en de opleidingsprogramma’ s terwijl ook de salariëring en de bevorderingen aan de orde kwamen. Zo bestaat momenteel reeds de mogelijkheid om op 17-jarige leeftijd (met minstens het ulo-diploma in de zak) voor opleiding in aanmerking te komen tegen een onmiddellijke salariëring, die aantrekkelijk is.
De bij zijn inleiding, die met grote aandacht gevolgd werd, vertoonde dia’s illustreerden zijn betoog nog eens temeer, vooral dankzij de goede verzorging van de dia’s zelf en de keuze van momentopnamen. Hierna werd gelegenheid geboden tot het stellen van vragen. Hierbij bleek vooral de kritische instelling van deze jongens, die blijk gaven het gebrachte met grote aandacht te hebben gevolgd. De heer Waas had er kennelijk genoegen in deze kritische vragen te beantwoorden en hij deed dit even openhartig als de jongens hun vragen stelden. Ongetwijfeld heeft deze contactbijeenkomst bijgedragen tot een verduidelijking van de belangrijke taak van de Politiemacht in het algemeen en in Nederland in het bijzonder.
