Er is een zeventiende-eeuws spreekwoord: ‘Het is een huishouden van Jan Steen´, dat betekent dat iemand van zijn huis een rotzooi maakt. Huishouden en kinderen opvoeden is altijd de taak van de vrouw geweest. In arme gezinnen werkten vrouwen daarnaast ook mee om brood op de plank te krijgen. Het huishoudelijk werk bestond uit uiteenlopende zaken, als het voeden en kleden van de gezinsleden, het schoonhouden van het huis en het opvoeden van de kinderen.

Vrouwen waren verantwoordelijk voor het beheer van het huishoudpotje en moesten er ook voor zorgen dat hun man niets te kort kwam. In de burgerlijke samenleving van de negentiende eeuw ontstond het kostwinnersmodel met een nadruk op de man-vrouw verschillen. De man was kostwinner en de gehuwde vrouw wijdde zich helemaal aan het gezin en het huishouden. Als vrouwen trouwden dan moesten ze stoppen met werken. Huisvrouw zijn werd een vak. Huisvrouwen werden geacht volgens een vast stramien te werken en de uitvinding van elektrische apparaten hielp daarbij. Daarnaast werden vrouwen steeds meer verantwoordelijk voor de gezelligheid in huis. Door Dolle mina eind jaren zestig is de man-vrouw verdeling veel minder zwart-wit geworden. Ineke Strouken was 32 jaar directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, later Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland. Via de media, boeken en artikelen vertelt ze over de (historische) achtergronden van tradities. Meer informatie: www.inekestrouken.nl

De lezing vindt plaats op dinsdag 19 mei. Aanvang 19.30 uur. Entree 5 euro inclusief koffie of thee. Museumkaarthouders gratis toegang. Museum Oud-Oosterhout, Bredaseweg 129.