Hieronder leest u een stukje uit het Kanton van 19 oktober 1967. Het is letterlijk overgenomen.Bent u geïnteresseerd in de geschiedenis van Oosterhout, bezoekt u dan onze website: www.hkoosterhout.nl

Een naam, die de laatste tijd de Oosterhoutenaren vóór in de mond ligt, is wel de Weststad. Men weet, dat daar in de polder iets gaande is, dat daar iets groots verricht wordt. Men heeft gehoord van havens, van industrie. Een nieuwe "stad ten Westen van Oosterhout-stad" wellicht? Vandaar natuurlijk die naam!

Toch is het niet zo. De Weststad heeft al een lang leven achter de rug. Reeds op de oudste kadasterkaarten van Oosterhout, daterend uit omstreeks 1830, komt hij voor. Het eerste weggetje, dat westelijk van de Pluimsteeg vanaf de Goorstraat naar het noorden - dus de polder in - loopt, draagt daar in sierlijke letters de naam Weststad.

De tekenaar zal niet vermoed hebben, dat hij een foutieve naam verkeerd gebruikte. In de verpondingsboeken, de 17e en. 18e eeuwse voorlopers van het kadaster, blijkt de naam voor te komen als "Weijdstad" en "Weijtstadt" en te gelden voor het gebied rondom het weggetje. Dit laatste draagt daar de naam "Weijtstadse steegt". In de vestboeken van de schepenbank vonden we omstreeks 1800 "Weidestad", kennelijk een poging van de secretaris om de naam begrijpelijk te maken. Overigens paste de naam toen even goed in die lage omgeving, als dat over enige tijd de Weststad zal doen. De overgang naar deze laatste vorm kan plaats gehad hebben, doordat de tekenaar van het kadaster een oudere kaart gebruikte, waarop de i in Weitstad als een j geschreven was en daardoor veel op een ouderwetse lange s leek.

De naam Weitstad echter was al evenmin oorspronkelijk. In een cijnsboek van de commanderij van de ridders van St. Jan uit 1422 komt bij Vrachelen, om precies te zijn ten noorden van dit gehucht, meermalen de "Wijnstert" of "Wijnsteert" voor. In een afschrift van een charter van de abdij Tongerlo komt zelfs reeds in 1326 de „Wijstand" te Oosterhout voor, maar hier zullen we te doen hebben met een verkeerde lezing. Men zal het teken voor de n, in die tijd meestal een liggend streepje boven de voorgaande letter, over het hoofd hebben gezien.

De naam is dus bijna zo oud als Methusalem, maar wat betekende hij? Het woord stert of staart werd in Zuid-Nederland, behalve voor een gedeelte van een beest, vaak ook gebruikt om een hoge strook grond aan te duiden welke, vanaf de rand, een ven of moerassig gebied in liep. Bij ontginning of inpoldering was het logisch, dat daarover een weg aangelegd werd, die dan nog dikwijls in 't onontgonnen gedeelte dood liep. De naam staart is hiervoor nog niet zo vreemd. Met een dergelijk geval menen we hier te doen te hebben, evenals trouwens bij de "Berkensteert", thans Berkenstraat, waar van een gelijke situatie sprake is. Rest nog het woord wijn. Vermoedelijk geldt het hier een late vorm van de term "ee", "wide", meervoud "widen". Met dit woord werd struikgewas aangeduid en wel voornamelijk 'laag wilgenhout, waarvoor tegenwoordig nog "wissen in gebruik is. Wijnsteert zal dus de betekenis gehad hebben van "een hoge landtong (al of niet met een doodlopend weggetje) in een laag gelegen gebied, begroeid met laag wilgenhout". De Berkensteert was dan een zelfde landtong, begroeid met berken.

Dit veelbewogen leven hadden we de Weststad, toen we de naam voor het eerst hoorden, eerlijk gezegd niet toegedacht. Al met al blijkt nu, dat een verkeerd gelezen naam na eeuwen plotseling zeer goed van pas komt en zelfs nog een grote toekomst te wachten kan staan. J. Broeders, arch./MF