Wat is er intussen veel gebeurd, hoogste tijd om bij te praten. De restauratie van Dun Leste Druppel blijkt een reis vol verrassingen met hier en daar een tegenslag. Gevolg is wel dat het tijdpad moet worden aangepast. In deze ‘Kroniek van een Brandweerwagen’ houden we u op de hoogte van de voortgang. Vandaag deel 3.
Elke dinsdag- en zaterdagochtend werken de mannen van de Sleutelclub “We Smeren um!” in de Mienushal vol enthousiasme en vasthoudendheid aan de restauratie van Dun Leste Druppel. Jelle Oomen (15) en Robin Lambregts (21) zijn er daar twee van.
"Ik moest van mijn vader (Bas Oomen!)", vertelt Jelle met een vette knipoog, ‘anders kreeg ik geen eten!” Hij voegt er meteen aan toe dat hij het leuk vindt en graag met zijn handen werkt. Schuren en slijpen, letterlijk het dak eraf! “En pas op hè, de gaten in het dak waren zo groot, dat ik mijn hand er door kon steken”, vertelt hij trots. Jelle wil later het leger in, bij de Genie. Ook iets met techniek. Voor Robin was het een eigen keuze om mee te doen. “Ik weet nog heel goed hoe leuk het was om tijdens de optocht voor in de brandweerwagen te zitten”, zegt hij met een glimlach. “Mijn vader Eric is ook bij d’Askruizen, en ik vind het zonde als Dun Leste Druppel verloren gaat.” Robin vindt het leuk om aan auto’s de werken. Hier is hij vooral aan het schoonmaken en slopen, de banken eruit bijvoorbeeld; ”dat is een secuur werkje, kapot kan altijd nog!”
“Hé”, roept Jelle plotseling, “kijk eens wat ik gevonden heb….?” “Roest!”, antwoordt Robin, een grapje van de mannen onder elkaar. Het geeft wel aan waar het probleem zit. Roest en nog eens roest. “We dachten, we knappen dat ding wel effe op, maar het pakt anders uit. Als er al een schema is, dan is dat ingehaald door de werkelijkheid!”
Via Robin is Pepijn Fleischacker van de Simpelfonen aangeschoven. Pepijn heeft een klusbedrijf, is handig met zaag en hamer en is intussen begonnen met het opnieuw dichtmaken van het dak en de zijkanten. En ook het chassis is intussen opnieuw in de beschermlak gezet. Zo is het opbouwen voorzichtig begonnen. Bijzonder dat drie jonge mensen zich zo betrokken voelen bij de restauratie van het Kaaiendonks Kultureel Mobiel Erfgoed.
Was het aanvankelijk de bedoeling om de brandweerwagen begin februari 2027, voor carnaval, weer rijdend te hebben, intussen is duidelijk dat die termijn niet gehaald wordt. Ooit stond op de grote trom van Ut Kaaiendonks Kepelleke d’Askruizen te lezen: ‘Nil volentibus arduum’, dat wil zeggen: ‘Niets is moeilijk voor hen die willen’. De restauratie gaat dus gewoon door! Om die restauratie ook financieel gaande te houden, heeft zich intussen de 15e Forse Druppelaar gemeld, Café de Vismarkt nog wel, uit Poperinge. Ook is een aantal Forse Druppelaars bereid om als 'Voordruppelaar' hun jaarlijkse bijdrage naar voren te halen. Eén zelfs voor vier jaar. Hulde! Het geeft juist de financiële ruimte die nu nodig is. Ad van der Sluijs, voorzitter van Stichting Dun Leste Druppel laat er geen misverstand over bestaan: ”Het is niet ongebruikelijk bij bijzondere projecten. De renovatie van het Binnenhof ging uit van € 475 miljoen en klaar eind 2026. Zit inmiddels op ruim € 2 miljard en klaar in 2013! We zitten nog ruim binnen deze bandbreedte”. Daar is geen speld tussen te krijgen.
Aanmelden als Druppelaar: Fijn, Ferm of Fors kan het hele jaar door via de website www.dunlestedruppel.nl. Daar zijn ook foto’s van de restauratie te vinden.
We houden u op de hoogte en noteer alvast in uw agenda zaterdag 17 oktober 2026: de volgende D-Day | Druppel Dag voor Dun Leste Druppel, omdat elke druppel telt!
