Twee weken geleden publiceerden we een artikel over de vrijwillige brandweer waarvan de leden glansrijk slaagden voor hun diploma. Dit keer nogmaals een publicatie over de Vrijwillige Brandweer uit het Kanton van 15 juni 1967. Verleden en heden. Goede en Slechte tijden. Verhalen, herinneringen van toen en nu, willen wij opnieuw onder uw aandacht brengen. Bent u geïnteresseerd in de geschiedenis van Oosterhout, bezoekt u dan onze website: www.hkoosterhout.nl Alle verhalen uit de oude doos zijn letterlijk overgenomen uit oude Oosterhoutse weekbladen. Voor elk verhaal is de datum waarop het verhaal is geschreven vermeld.
Het jongste optreden, zondagavond j.l. van de Oosterhoutse Vrijwillige Brandweer heeft opnieuw aangetoond, dat Oosterhout beschikt over een korps vrijwilligers, waarop dag en nacht kan worden vertrouwd.
Om 11 uur in de avond klonk het alarm. Toen de commandant van het korps, de heer A. van Geelen, om 3 min. over elf bij de brandweerkazerne aankwam bleek dat men reeds was uitgerukt met de hogedrukspuitwagen.
Zelfs voor hem, die toch wel wat van zijn mannen verwachten kan, een raadsel, die snelheid van handelen.
Het alarm betrof een uitslaande brand in het pand Kastanjelaan 36, één van de woningwetwoningen met platte daken, dat bewoond werd door twee gezinnen, namelijk als hoofdbewoner C. van Wanrooy en als onderbewoner A. Fijneman, beiden met kinderen.
Bij aankomst van de brandweer, toen de vlammen aan de bovenvoorzijde uitsloegen, kreeg men te horen dat zich nog twee kinderen in de achtervertrekken van de etage zouden bevinden. Het brandweerkorpslid P. Trommelen aarzelde geen moment, had zelfs geen tijd meer om zijn rookmasker op te zetten en ging de woning naar boven binnen. Hij liep daarbij brandwonden op aan ’t gelaat, waarvoor hij na het blussen door de dokter werd behandeld. Gelukkig bleek het hier een loos alarm, want de kinderen waren door de vader reeds uit de kamer gehaald (zij het niet, zoals ook alweer, waarschijnlijk bevangen door een voelbare paniek, die er heerste bij de toeschouwers, die er in groten getale waren, dat ze door het raam naar beneden zouden zijn gegooid).
Toen de brandweer om kwart over 12 de brand meester was bleek de voorkamer, die als woonkamer was gebruikt en waar ook de brand was ontstaan. volkomen uitgebrand, terwijl de achterkamer ernstige schade opliep.
De totale bouwschade wordt geschat op rond vijfduizend gulden, terwijl de schade aan inboedel rond tienduizend gulden zou bedragen. De benedenwoning liep, behalve wat waterschade, geen noemenswaardige schade op.
De oorzaak van de brand ziet men in het niet voldoende afgesloten zijn van een butagasfles, die diende als voeding voor een kacheltje. Toen één van de vier volwassenen, die zich op dat moment bij elkaar in de bovenvoorkamer bevonden, een sigaret opstak, volgde een ontploffing met rampzalige gevolgen als voornoemd. De brandweer heeft de butagasfles zo spoedig mogelijk onschadelijk gemaakt door ze eerst goed af te koelen en daarna de kraan af te sluiten.
Burgemeester Elkhuizen, die het verloop van het blussingswerk persoonlijk gevolgd had, betuigde zijn grote dank aan het korps voor zijn doortastend en snelle optreden.
Een korps „vrijwilligers” blijkt het nog niet zo slecht te doen en zeker ons Oostenhoutse korps zal met het optreden zoals zondagavond, in generlei opzicht aanleiding geven tot openbare kritiek of uitingen van onbehagen, zoals nog slechts zeer kort geleden het geval was m.b.t. het optreden van een beroepskorps in een grote stad.
