Hoe stop je ruim honderdduizend mannen en vrouwen langs een klein internationaal racebaantje op een tribune? Organiseer er een Formule1-wedstrijd en hoop maar dat het dan goed gaat…

Uiteraard kan zo’n raceweekend aan de Nederlandse kust niet doorgaan zonder dat je daar Oosterhouters tegenkomt. Wat te denken van die aimabele trompetist van d’Askruizen die we er ’s morgens achter de Grandstand tegenkwamen, de drummer van Snelle op het immense festivalpodium in de Fanzone, de fotograaf die niet tussen de grote jongens mocht staan, de aardige doktersassistente van de Beiaard, de familie Janus zal heus wel een afvaardiging hebben gehad in de paddock op Zandvoort en de presentator van ViaPlay, Nelson Valkenburg, haalt gevulde koeken bij de Nettorama aan de Antoniusstraat als hij bij zijn ouders op visite gaat.

Maar man, wat een belevenis is een tochtje naar het circuit. En meer eigenlijk om van het circuit af te komen. Iedereen gaat tegelijk, zelfs een relaxt ommetje over het strand hielp niet om aan de drukte te ontkomen. Het was sneu dat de oudere man op het overvolle station de eerste trede van de trap naar beneden mistte… onnodig te zeggen dat hij snel de laatste tree haalde, maar daar zaten er wel een twintigtal tussen. De volgende dag hoofdpijn!

De manier waarop de NS’ers de tienduizenden op het perron naar de juiste instaplocatie schreeuwden, had best wel anders gekund. Het scheelt slechts maar 1 letter om een vergelijking met een hele nare andere groep gebruikers van treinen uit de geschiedenis te maken. Tjonge… je kan toch beter plezier maken… Het waren namelijk de laatste indrukken die Zandvoort achterliet.