Na een succesvol concert in de Stadstuin in september leek het fotograaf Gerard Kievits een leuk idee om de daar optredende Oosterhoutse muzikanten eens onder de loep te nemen. Afkomst, talent, omgeving hebben allemaal invloed op het uiteindelijke resultaat: Een leven door en vooral vol met muziek.
Als eerste Noud Koevoets, de initiator van het optreden in de Stadstuin.
Kom je uit een muzikaal gezin / familie? En van wie uit je directe omgeving kreeg je inspiratie?
Geboren in de jaren vijftig zullen veel ouderen bepaalde typische dingen uit die tijd herkennen. Pick-ups had nog niet iedereen maar er waren wel veel koren en/of andere muziekverenigingen actief. Mijn moeder zong in zo’n koor en had een mooie stem. Helaas ben ik daar niet echt mee gezegend. Misschien de erfenis van mijn vader want als die in de kerk zijn stem verhief, doken wij weg tussen de kerkbanken.
Kwam de keuze voor het instrument dat je later bent gaan bespelen geheel uit jezelf?
Als klein manneke mocht ik op zondag altijd friet halen bij Stientje de Nijs. Dan liep je als jong ventje door de volkswijk achter de Bredaseweg waar nu juist uit allerlei deuren en ramen muziek klonk. En ik herinner me nog dat ik van het ene “muziekpunt” naar het andere rende om de Tornado’s (Telstar) te horen. Ik vond dat prachtig, tezamen met de Shadows natuurlijk. Maar wel met koude friet thuiskomen natuurlijk… Dus zeker ook de buurt was van invloed op mijn eerste muzikale contacten. Onze buren met oudere kinderen hadden een pick-up. Daar ging ik graag naar luisteren en ik was daar eigenlijk altijd welkom. Ook de jongens die vlakbij woonden, net wat ouder en vaardiger op de mondharmonica, Piet Ligtvoet en Wlady Rabiej, weerden mij aanvankelijk nog binnen hun clubje. Twee jaar verschil op die leeftijd (7) is veel.
Wat was je eerste “echte” instrument? En wie was je eerste directe aanzet tot het leren om erop te kunnen spelen.
Naast de piano (een verplicht nummer binnen ons gezin) was de gitaar al gauw het instrument waartoe ik me aangetrokken voelde. Zelf gemaakte exemplaren waren een eerste aanzet. Sigarenkistjes met een latje erop en schroefogen als mechanieken werden met visdraad bespannen. De piano die de familie Vermijs al naar het vagevuur had gestuurd (gebruikt als trampoline), liet ik voor wat het was. De eerste inspiratie haalde ik uit het album “Autumn 66” van de Spencer Davis Group met zanger Stevie Winwood, altijd een soort van held gebleven. Later zeker het “Beano” album van John Mayall met EricClapton. En niet te vergeten Moby Grape aan het eind van de jaren zestig.
Wat vind je van deze stelling: “Het is altijd beter meteen een gedegen professioneel begeleide opleiding te volgen dan zelf maar wat aan te klungelen”.
Het zelf aanklungelen op een instrument heeft wellicht aan de ene kant tijd gekost maar het leerde je wel je oren te gebruiken. Dat bepaalde passages aanvankelijk wel erg vaak gedraaid moesten worden, daar weet de pick-up naald van Wlady Rabiej over mee te praten. Mede om die reden nooit betreurd wat de ontwikkeling van een in muziek geïnteresseerde jongere destijds bepaalde. Voor wat betreft het eerste serieuze instrument: De tweedehands Stratocaster heb ik destijds bij Joop Hendrix, zelf een prima muzikant, gekocht. Hij werkte bij Sol maar voor die tijd heeft Bob Jansen veel voor mij betekend en ook al verkocht hij weinig aan ons: We waren altijd welkom. Hij was een bron van inspiratie en gaf allerlei tips.
Vond je West Brabant en in het bijzonder Oosterhout een goede plek om je talenten op muziekgebied te ontwikkelen?
Achteraf kun je wel stellen dat de jongens die naar het noorden vertrokken om daar contacten te leggen en zodoende hun carrière vorm te geven de juiste move maakten. Uiteindelijk heb ik buiten Oosterhout ook de eerste aanzet gevonden in de begeleiding van bekende Nederlandse en buitenlandse artiesten door in Rotterdam bij een band te komen.
Aan wat voor soort collega muzikanten erger je je het meest?
Ergeren aan mede collega’s, muzikanten en/of artiesten die ik in ruime mate begeleid of mee samengewerkt heb, heeft eigenlijk altijd met arrogantie te maken. Wat dat betreft herinner ik me nog goed een gesprek met Youp van ‘t Hek die we na een optreden in een schouwburg in de foyer aantroffen. “Denk erom mannen, groet iedereen als je de ladder van het succes aan het beklimmen bent want je moet ook weer terug!”
Hoe zou je jezelf willen positioneren? Percentage puur talent tegenover simpelweg hard werken om ergens te komen….
Ik beschouw mezelf zeker niet als een natuurtalent en ben met hard werken daar gekomen waar ik nu ben aangeland. Groot voordeel bij het lesgeven natuurlijk: Je begrijpt de problemen en moeilijkheden waar anderen op een instrument mee stoeien veel beter.
Zijn er wellicht op muziekgebied toch nog onvervulde wensen / frustraties?
Mocht ik een frustratie noemen dan is dat misschien toch het tenminste een keer hebben van een succesvolle plaat (single) maar ach, er staat zoveel tegenover. Ik beschouw mezelf meer als een soort van ambachtsman en dat bijzondere talent (en de wil om je naar de commercie te schikken) mag dan best een beetje ontbreken.
Wat was de meest memorabele samenwerking met een beroemdheid?
Leuke samenwerkingen met artiesten waren er veel maar dan denk ik toch met plezier terug aan een optreden met Madeline Bell, tegenwoordig woonachtig in Nederland. Naast een fantastische zangeres gewoon een heel leuk mens. LeeTowers was ook geen verkeerd iemand. In een gekke bui het samen ooit eens voor elkaar gekregen dat de mensen bij een aanvankelijk chique diner boven op de tafels stonden.
Wat denk je dat het belangrijkste is voor een muzikant?
Als muzikant is het belangrijk om je in dienst te stellen van het grotere geheel. Dat altijd in de gaten houden. Wat je je zeker eigen moet maken naar mijn idee is tempovastheid en een goed timing.
Welke muziekstijlen spreken je het meeste aan?
Ik kan veel verschillende muziekstijlen waarderen en dat is nog steeds zo. Dixieland en opera/operette zal ik echter niet snel draaien.
En tenslotte: Wat is het meest bijzondere wat je in je actieve loopbaan als muzikant hebt meegemaakt? Een leuke anekdote mag altijd natuurlijk.
De meest bijzondere gebeurtenis was een bepaald niet gewenste striptease in de Euromast: We speelden daar op een bruiloft en de vrienden van de bruidegom hadden een striptease danseres ingehuurd om de avond “nog leuker” te maken. Het feest was abrupt ten einde en het huwelijk misschien ook wel?? En wat te denken van “Midden op de Veluwe in het pikkedonker” of “Na een optreden eindigen in een politiecel in Dordrecht?” Eigenlijk teveel om op te noemen en hier te vertellen.
