Een poosje geleden organiseerde Noud Koevoets in de Schelptuin een leuk concert met tal van muzikanten die ooit (of nog) in het Oosterhoutse actief waren. Fotograaf Gerard Kievits besloot om hen te portretteren, Noud zelf legde hen een aantal vragen voor. Dit keer Harry Bruers.

Harry Bruers is eigenlijk geen Oosterhouter maar maakte met o.a. Kees de Wit en Wim van Tilburg deel uit van “The Tuney Strings” een naam die je regelmatig tegenkwam bij de danszalen die in de jaren zestig hun activiteiten, twee pagina’s groot in de krant zetten. Harry maakte daarmee zijn eerste plaatje in 1969. En inderdaad, ook Johan Mathon maakte nog deel uit van deze Oosterhoutse band.

1. Kom je uit een muzikaal gezin / familie? En van wie uit je directe omgeving kreeg je inspiratie?

Mijn moeder zat in een koor, mijn zus speelde piano en mijn oudste broer zelfs trompet, accordeon en orgel terwijl mijn tweede broer die trompet later confisqueerde. Inspiratie binnen het gezin? Noem het eerder competitie en eigenlijk vaak gewoon ruzie. Als optredende drummer kreeg ik vaak privileges die zwaar bevochten werden door o.a. mijn broer. Vader was totaal niet muzikaal maar hielp me wel door het lassen van een frame voor mijn drumstel. En soms haalde hij ons na een optreden op om de spullen met zijn zelfgebouwde caravan terug naar huis te brengen. Moet toch rare taferelen gegeven hebben

2. Kwam de keuze voor het instrument dat je later bent gaan bespelen geheel uit jezelf?

De jaren vijftig en zestig kenmerkten zich door de vele harmonieën en fanfares die door de straten trokken. En als klein manneke ging ik daar met mijn trommeltje aan een touw dat nogal in mijn nek sneed, achteraan. Dat was dan meteen het enige moment dat de dirigent achter de fanfare aanliep i.p.v. voorop om mij uit de stoet te verwijderen. Mijn ritme klopte nog niet met dat van hen. Maar het was een inspiratiebron en elk jaar kreeg ik er met mijn verjaardag een trommeltje bij!

3. Wat was je eerste ‘echte’ instrument? En wie was je eerste directe aanzet tot het leren om erop te kunnen spelen.

Een echt Ludwig drumstel. Het was toch vooral de populaire muziek die me destijds aantrok en mijn grote voorbeeld was de drummer van The Shadows, Brian Bennett naar ik meen. Door te luisteren en tips van mijn veel oudere veelal Indische mede muzikanten, heb ik het me aangeleerd. En Little B was een instrumentaal (drum)nummer dat ik jarenlang gespeeld heb.

4. Wat vind je van deze stelling: “Het is altijd beter meteen een gedegen professioneel begeleide opleiding te volgen dan zelf maar wat aan te klungelen”.

Tja, ik had toch graag wat gerichte tips willen hebben. Dat had me veel tijd gescheeld en dat zeker in combinatie met mijn latere wens om beroeps te worden.

5. Vond je West Brabant en in het bijzonder Oosterhout een goede plek om je talenten op muziekgebied te ontwikkelen?

Ik ben opgegroeid in Tilburg en dat was op zijn manier ook een stad waar veel gebeurde. Ik heb zelfs nog deel uitgemaakt van The Wooltown Skiffle groep. Nooit overwogen om Brabant om die reden te verlaten. Als 14 jarige speelde ik al hele weekends in Vlissingen en zelfs IJzendijke (met de pont over de Westerschelde en dan de eerste boot ‘s maandags vroeg terug nemen om op tijd op school te zijn.)

6. Aan wat voor soort collega muzikanten ergert U zich het meest?

In mijn bandje ergerde ik me aan het drankgebruik van sommige medemuzikanten. Er kwam aan het eind van de avond geen fatsoenlijke noot meer uit. Ton Leijten was er zo een. Talentvolle gitarist en schrijver van de muziek van het nummer Bloed, zweet en tranen, dat misschien beter Drank, zweet en tranen genoemd had kunnen worden. (Zowel Ton als Andre Hazes konden er wat van!)

7. Hoe zou je jezelf willen positioneren? Percentage puur talent tegenover simpelweg hard werken op ergens te komen….

Gewoon hard werken, een stukje bezetenheid en veel luisteren naar anderen maar geen exceptioneel talent. De opbouw van een nummer hield ik als drummer wel sterk in de gaten. Dat hielp ook zeker bij het onthouden ervan.

8. Zijn er wellicht op muziekgebied toch nog onvervulde wensen / frustraties?

Toch eigenlijk wel. We hadden eind jaren zeventig de band Chinchilla, een goede coverband waar toch goede muzikanten in zaten zoals Hans Dreijer, Rob Akkermans en Noud Koevoets. Daarmee wat singles gemaakt maar daar nooit mee doorgebroken. Dan lijkt het me leuk om nu eens een programma te zien met oude muzikanten: Onbekend – Onbemind? In die tijd overwoog ik ook wel om beroepsmuzikant te worden. Radio en TV optredens gaven daartoe ook een beetje de aanzet.

9. Wat was de meest memorabele samenwerking met een beroemdheid?

Dat hoefden niet per definitie grote namen te zijn, maar aan Louis Neefs, destijds een populaire Belgische zanger, heb ik nog warme herinneringen. Die werd als artiest in de watten gelegd maar wees het personeel erop dat wij ook wel wat lustten. Gewoon zijn, zoals de anderen.

10. Wat denk je dat het belangrijkste is voor een muzikant om zich te realiseren en eventueel eigen te maken?

Goed luisteren naar elkaar en naar wat er gebeurt in een nummer maar zeker ook elkaar de waarheid kunnen zeggen.

11. Welke muziekstijlen spreken je het meeste aan?

De betere pop / rock zoals van Toto, Dire Straits en funky repertoire.

12. En tenslotte: Wat is het meest bijzondere wat je in je actieve loopbaan als muzikant hebt meegemaakt? Een leuke anekdote mag altijd natuurlijk.

De caravan waarmee mijn vader ons ophaalde van optredens. Die had drie tussenschotten die hij tijdens een reis naar het buitenland vergeten was. Helaas lag daar zijn portemonnaie bovenop met al het buitenlands geld. Het hele gezin kon weer spoorslags naar huis…. (In die vakantie zat dus geen muziek.)