Na een succesvol concert in de Stadstuin in september leek het fotograaf Gerard Kievits een leuk idee om de daar optredende Oosterhoutse muzikanten eens onder de loep te nemen. Afkomst, talent, omgeving hebben allemaal invloed op het uiteindelijke resultaat: Een leven door en vooral vol met muziek.

Het is ongetwijfeld al eerder gememoreerd: De Besterd als broedplaats voor muzikaal talent. Voor de volgende muzikant in deze serie was dat niet anders. De familie Eerkens woonde in het hart van die wijk: De Monseigneur Frencken straat. Vaak werd er in de huiskamer van de daar wonende gezinnen gerepeteerd met als gevolg drukte op de straat voor het desbetreffende pand.

Kom je uit een muzikaal gezin / familie? En van wie uit je directe omgeving kreeg je inspiratie?

Hoewel mijn vader wel accordeon speelde, kwam de inspiratie niet direct vanuit ons gezin maar een bezoek aan de band “Ulrich Berkely and his Rocking Comets” (de naam van een band moest in die tijd toch iets met ruimtevaart of een ramp op weergebied te maken hebben) eind jaren vijftig maakte diepe indruk op mij. Dat was destijds nog in het patronaatsgebouw dat Oosterhout rijk was. De gebroeders Hehuat richtten in die tijd zelfs een gospelkoor op waar ik lid van ben geweest. En een gitaarleraar? Om de hoek en die be-gon steevast de les met het zingen van “wij zijn twee eenzame cowboys” (groepsles hadden we toen nog niet.) Hij organiseerde een groots songfestival in Cafe de

Lindenboom. De eigenaar wist nergens van en de gitaarleraar in kwestie is nooit meer gezien!

Kwam de keuze voor het instrument dat je later bent gaan bespelen geheel uit jezelf?

Al gauw kochten we gitaren, vaak van die rood of blauw geschaduwde exemplaren die bij Nico Dado destijds voor 30 gulden werden aangeboden. En soms spelen op de Warande (Ze bleven drijven!) Samen met Robby Albinus en Pietje Danse begonnen. Bij alle Indo bandjes speelde gitaar nu eenmaal een belangrijke rol. Een van de bandleden knipte met een tangetje de hoogste twee snaren van mijn gitaar door: “Zo nu ben je onze basgitarist.” Soms kom je als slachtoffer tot een instrumentkeuze.

Wat was je eerste “echte” instrument? En wie was je eerste directe aanzet tot het leren om erop te kunnen spelen.

Dat was een met rode skai beklede Hofner, wel wat duurder dan een Egmond maar beter van kwaliteit. Ik sloopte het AEG merkje van onze wasmachine en zaagde de letter “G” eraf. Zo had ik mijn professioneel uitgevoerd eigen monogram op mijn gitaar. De eerder genoemde gitaarleraar was een aanzet maar wij leerden eigenlijk van elkaar en zeker van het kijken naar plaatselijke bands zoals “The Red Skyliners” met Van Mook en Jan Seekles naar ik meen….

Wat vind je van deze stelling: “Het is altijd beter meteen een gedegen professioneel begeleide opleiding te volgen dan zelf maar wat aan te klungelen”.

Wel eerst wat aangerommeld maar later toch op contrabas les gegaan, al sloot dat niet echt aan bij de lichte muziekdroom. Dat was puur klassiek gericht. Maar absoluut wat aan gehad. Die combinatie was overigens OK hoor. En je leerde je oren te gebruiken bij het uitzoeken van de destijds populaire nummers.

Vond je West Brabant en in het bijzonder Oosterhout een goede plek om je talenten op muziekgebied te ontwikkelen?

Het leuke van het provinciestadje destijds was dat de vriendschappen intact bleven. Wij zijn elkaar blijven volgen. Daarnaast had Tilburg veel actieve podia om bands te zien optreden. Ik heb het niet gemist. Met “The Screamers” hadden we toch echt een leuk stel mensen bij elkaar: Kaz Lux die via de voorruit van de woonkamer kennis maakte met on-ze band maar natuurlijk ook Robby Albinus, Piet Danse, Vic Storm en Gerard Raams. Later met Ad Raams, Noud Koevoets en Vic Storm natuurlijk nog de band Omaha maar we bewogen ons daarmee niet op het commerciële pad. The Allman Brothers Band was toen ons grote voorbeeld.

Aan wat voor soort collega muzikanten ergert U zich het meest?

Wat bijvoorbeeld aanvankelijk een leuk programma was: “Beste zangers” wordt inmiddels een toneelstukje waarbij er blijkbaar in elke editie tranen “moeten” vloeien.

Hoe zou je jezelf willen positioneren? Percentage puur talent tegenover simpelweg hard werken op ergens te komen….

Ik ben eerlijk gezegd al verder gekomen dan ik ooit dacht te zullen bereiken. En ik omarm nog steeds het positieve van dat muziek maken: Die mensen van vroeger nog steeds te mogen ontmoeten. En naast muziek waren we soms even intensief met onze brommers bezig….

Zijn er wellicht op muziekgebied toch nog onvervulde wensen / frustraties?

Nee, gewoon blij met wat het me gedurende mijn leven gebracht heeft.

Wat was de meest memorabele samenwerking met een beroemdheid?

Met de band OMAHA speelden we in het voorprogramma van Gentle Giant. Die maakte voor die tijd grote indruk met hun gigantische geluidsinstallatie, die hadden zelfs een zwaargewicht roadie in dienst om de sterkte van het podium te testen of het wel stevig genoeg was.

Wat denk je dat het belangrijkste is voor een muzikant om zich te realiseren en eventueel eigen te maken?

Het hebben van een lekker geluid uit je instrument.

Welke muziekstijlen spreken je het meeste aan?

Na de tijd van de rock & roll toch eigenlijk wel de blues, rock, jazz en zeker ook fusion. (o.a. Weather Report).

En tenslotte: Wat is het meest bijzondere wat je in je actieve loopbaan als muzikant hebt meegemaakt? Een leuke anekdote mag altijd natuurlijk.

Spelen in een van de naburige zwaar hervormde gemeentes: Om 12 uur stoppen, stekker eruit en op twee pilsjes de avond doorkomen die we dan echter vaak bewaarden om ze daarna op het terras te consumeren. Tijden die niet terugkomen.