Na een succesvol concert in de Stadstuin in september leek het fotograaf Gerard Kievits een leuk idee om de daar optredende Oosterhoutse muzikanten eens onder de loep te nemen. Afkomst, talent, omgeving hebben allemaal invloed op het uiteindelijke resultaat: Een leven door en vooral vol met muziek. Dit keer Piet van den Bosch.

Op nog geen steenworp afstand van de Prins Bernhardstraat (jaja, toen nog prins!) waar zijn latere kompaan Kees van Oosterhout woonde, groeide Piet van den Bosch op in een eveneens groot gezin. Ook lid van de band Devils Art, te bewonderen in cafe Oud Brabant op 4 januari.

Kom je uit een muzikaal gezin / familie? En van wie uit je directe omgeving kreeg je inspiratie?

Mijn vader, Antoon van den Bosch was naast violist in het Oosterhouts Kamerorkest ook nog eens muzikaal leider van wat later Estrelita het mandolineorkest o.l.v. Benny Ludemann zou worden. En ook mijn oom, Abraham was actief als dirigent van koren. Ik ging me voor muziek interesseren toen mijn broer een gitaar (Egmond jazz met f-gaten) kreeg voor zijn verjaardag. Na verloop van tijd deed ik veel meer met de gitaar dan mijn broer. Samen met twee neven, Rensz Gorisse en Jan van den Bosch, begonnen met repeteren in de Pannehoef. Ik sloot me aan bij Kees Ernst, Johan Ernst, Stan Seramak en Piet van de Kieboom. Samen vormden we RAM, waar Guus Dalkman de drijvende kracht was. Veel optredens gedaan in jongerensozen. Het hoogtepunt was de opname in 1971 van een LP getiteld Lovely Birds, die we in eigen beheer en in een nacht hadden opgenomen in Nederhorst den Berg.

Kwam de keuze voor het instrument dat je later bent gaan bespelen geheel uit jezelf?

Ik heb na de Egmond van mijn broer veel verschillende gitaren gehad, mede dankzij Noud Koevoets. De bezoeken aan Engeland waren daar later ook nog eens debet aan. Uiteraard was de Beatles en Stones populariteit van invloed op de keuze voor de gitaar. De Harmony H75, waar ik het brugelement heb vervangen voor een Gibson humbucker, was wel het eerste serieuze instrument. We knutselden ook wat af met elkaars hulp. Op een gitaar kun je beter niet gaan zitten dus mijn latere Gibson Les Paul Custom black beauty ingeruild voor een bankstel. Op deze gitaar heb ik de tijd van RAM gespeeld. Ik had ook een eerste professionele Fender versterker met nogal groot uitgevallen speakerkast. Het e.e.a. beschouwend in mijn kleine zolderkamertje deed Noud Koevoets denken dat ik wel noodgedwongen rechtop moest slapen met dito geplaatst bed.

Wat vind je van deze stelling: “Het is altijd beter meteen een gedegen professioneel begeleide opleiding te volgen dan zelf maar wat aan te klungelen”.

Ik heb nooit een gedegen muziekopleiding genoten. Zeker in het begin zelf zoeken en naar het optreden van de Watts op de Heuvel met koninginnedag kijken hoe zij de akkoorden pakten. Later veel geleerd van Noud. Het zou allemaal wel wat makkelijker zijn gegaan met een goede opleiding, maar aan de andere kant had het ook wel wat, dat geklungel.

Vond je West Brabant en in het bijzonder Oosterhout een goede plek om je talenten op muziekgebied te ontwikkelen?

Ik ben geboren en getogen in Oosterhout en heb het behalve met mijn studie nooit verder gezocht dan deze omgeving. Toen wij jong waren, was er in een Oosterhout volgens mij genoeg te doen op muziekgebied. Hierna ging ik in de avonduren studeren en had ik geen tijd meer voor muziek. Ook het werk in het onderwijs kostte veel tijd.

Aan wat voor soort collega muzikanten ergert U zich het meest?

Muzikanten die niet wars zijn van grootspraak. Je krijgt dan niet te controleren feiten te horen zoals mega optredens in Verweggistan en het dito behaalde succes….

Hoe zou je jezelf willen positioneren? Percentage puur talent tegenover simpelweg hard werken op ergens te komen….

Ik achtte mijn muzikale kwaliteiten nu ook weer niet voldoende om er mijn beroep van te maken. En heb dat dus nooit overwogen.

Zijn er wellicht op muziekgebied toch nog onvervulde wensen / frustraties?

Zeker niet. Een kleurrijke invulling naast waar ik mijn eroep van heb gemaakt en gelukkig is dat nog steeds zo. The Dining Room mede door Eugene Springer in het leven geroepen.

Wat was de meest memorabele samenwerking met een beroemdheid?

Natuurlijk de samenwerking met Kaz Lux, misschien op een verdrietig moment: Het overlijden van mijn zwager Frans van Bekhoven. Daartegenover stond de inmiddels al driedubbel beschreven balkonscene tijdens het Europees kampioenschap voetbal in 1988 met hem.

Wat denk je dat het belangrijkste is voor een muzikant om zich te realiseren en eventueel eigen te maken?

Misschien toch het verdiepen in diverse stijlen. Je steekt er altijd weer wat van op.

Welke muziekstijlen spreken je het meeste aan?

Blues, Rock maar zeker ook Steely Dan, al speel ik momenteel zelfs Jazz standards met Hanke de Hoogh.

En tenslotte: Wat is het meest bijzondere wat je in je actieve loopbaan als muzikant hebt meegemaakt? Een leuke anekdote mag altijd natuurlijk.

Spelen in een tent gedurende een enorm onweer. Met z’n allen aan het tentzeil en de palen gaan hangen om de zaak overeind te houden. Sindsdien is de naam van onze band waar ik in speelde, verandert in The Southbound Blusband.