Verleden en heden. Goede en Slechte tijden. Verhalen, herinneringen van toen en nu, willen wij opnieuw onder uw aandacht brengen. Bent u geïnteresseerd in de geschiedenis van Oosterhout, bezoekt u dan onze website: www.hkoosterhout.nl

Alle verhalen uit de oude doos zijn letterlijk overgenomen uit oude Oosterhoutse weekbladen. Voor elk verhaal is de datum waarop het verhaal is geschreven vermeld.

Uit het “KANTON OOSTERHOUT” van zaterdag 29 november 1941.

OVER OOSTERHOUT

ZIJN VERLEDEN EN HEDEN NIET ZONDER BETEEKENIS (vervolg)

De St. Jan-kerk met haar machtigen toren werd het nieuwe middelpunt, waar omheen grooter Oosterhout zich ging ontwikkelen. Tegen de kerk, aan de zuidzijde, is nog een kleinere trapkoker gebouwd, die boven den vorm van spitstorentje aanneemt. In dezen trapkoker is een wenteltrap gemetseld door een Oosterhoutsch metselaar ,- een zekeren Broekhoven, meenen we - een artist in zijn vak. Het lag in de bedoeling van architect Cuypers om aanwijzingen te geven, hoe die trap moest worden gebouwd. Maar toen hij op zekeren keer weer eens den stand van zaken kwam opnemen, was onze metselaar al bezig met het uitzetten ervan. Hij had op verschillende punten steenen opgehangen en deze waren voor hem voldoende aanwijzingen om de trap te voltooien. Dr. Cuypers stond perplex over zooveel vakmanschap en liet hem begaan. Later, toen het werk gereed was, zijn heel wat vooraanstaande personen uit de bouwwereld naar dit kunstwerk komen zien, waarvoor Dr. Cuypers graag propagandist was geweest. Het is geen wonder, dat Oosterhout, met zoo'n voorganger - en er waren toen meer van die kunstenaars in ons vakwereldje - thans nog over zooveel uitnemende metselaars beschikt. Bij een Duitsch schrijver lazen we eens: een vak moet niet slechts eingeübt, maar vooral ook eingelebt worden; hij bedoelde: moet van geslacht op geslacht worden overgedragen. Volkomen juist!

Het hoofdaltaar in de kerk is nog niet zoo heel oud. Onze ouders en grootouders wisten nog zeer goed, dat er een ander stond, dat den vorm had van een Calvarieberg, en kunstig uit hout was gesneden. Zij waren daar zeer op gesteld; en wij moesten in onze jeugd heel wat jeremiades aanhooren over 't verhuizen van dien Calvarieberg naar de kelders van ‘t Gasthuis, waar hij een aantal jaren verbleef, om ten slotte een roemloos einde te vinden onder de bijl van een houtakker. Sic transit......

Bij gelegenheid van een jubilé van Pastoor Peters hebben verschillende parochianen hem als cadeau een belangrijke som gelds aangeboden, waarvoor de zeer mooie glas-in-lood-ramen zijn aangekocht, die den noordelijken en zuidelijken zijgevel van onze St. Jan sieren, en zorgen voor den suggestieven licht-inval, die zoo'n devotie-wekkende spheer schept.

In den gevel aan de zijde van het Waterlooplein bevinden zich zeven ramen, met voorstellingen, ontleend aan het Nieuwe Testament. Het eerste stelt voor den terugkeer van den verloren zoon, naar de bekende parabel. Een ander zegt ons: ,,Zalig zijn armen van geest". Vooral ook dit raam vraagt onze aandacht, om trekken van onnoozelheid, van domheid zelfs, die van de gezichten der voorgestelde figuren te lezen zijn. Zoo konden we nog attentie vragen voor meerdere gelukkig getroffen voorstellingen, maar Katholieken behoeven deze geen voorlichting, want, ook zonder het Latijnsche onderschrift te kunnen ontcijferen, is voor iedereen duidelijk, wat er op elk raam te zien is. De ontwerper is zeer gelukkig geweest bij het uitvoeren van de opgave, die Pastoor Peters hem verschaft heeft, en speciaal ook de kleuren vallen te roemen door haar frischheid en fijnheid

De zeven ramen aan de Markt-zijde behandelen eenige episoden uit de geschiedenis van katholiek Oosterhout. Het eerste raam hebben we al in ons vierde artikel genoemd. Het stelt voor de bemoeiïngen der Malthezer ridders inzake den bouw der kerk, Het tweede behandelt den moord op den katholieken schout van Oosterhout, Bosschotius, aan alle Oosterhoutenaren wel bekend uit het eenige jaren geleden voor duizenden uitgevoerde tooneelwerk van Broeder Gummarus. Het derde laat ons zien, hoe, in 1625, gedurende den tachtig-jarigen oorlog tegen Spanje, de toren was bezet door soldaten van den legeraanvoerder Spinola, en hoe de Staatsche, dus Nederlandsche troepen, er den brand in staken om den vijand tot overgave te dwingen. Het dak van de kerk ging bij deze gelegenheid in vlammen op, en sommigen beweren, dat toen ook de torentop een prooi der vlammen werd. Anderen houden staande, dat dit niet juist is, aangezien de toren nooit een top zou hebben gehad. Wat is waarheid?......Het vierde stelt voor de verbanning van Pastoor Rijsbosch en het betrekken van een schuurkerk, in 1648. Vermoedelijk is van dat jaar af de kerk in handen gekomen der Protestanten.

Tijdens de Fransche bezetting, in 1809, bezocht Lodewijk Napoleon, door zijn broer, keizer Napoleon, tot koning over ons land aangesteld, Oosterhout, en beloofde de teruggave der kerk aan de Katholieken, die veruit de meerderheid der bevolking waren blijven uitmaken, te zullen bespoedigen. (vijfde raam). Eenigen tijd later schijnt de overdracht te hebben plaats gehad.

De toren is toen vermoedelijk aan de gemeente afgestaan, zoodat in 1648 niet alleen de kerk tot Protestantsch bezit zou zijn verklaard. (Wordt vervolgd, FVW)