Na een succesvol concert in de Stadstuin in september leek het fotograaf Gerard Kievits een leuk idee om de daar optredende Oosterhoutse muzikanten eens onder de loep te nemen. Afkomst, talent, omgeving hebben allemaal invloed op het uiteindelijke resultaat: Een leven door en vooral vol met muziek. Dit keer met Johan Ernst.

Kom je uit een muzikaal gezin / familie? En van wie uit je directe omgeving kreeg je inspiratie?

Jazeker en vader speelde, hoe kan het ook anders in die lang vervlogen tijden mondharmonica. Maar de accordeon was het instrument waarop hij excelleerde. Omdat hij zelf veel van muziek hield, gunde hij ons ook alles op dat gebied. Zo had ik op 13 jarige leeftijd al een drumstel en dat sloot dan weer mooi aan bij het lidmaatschap van drumband St. Jan. Daar leerde ik ook echt roffelen op de trommel en eerlijk gezegd, dat blijft toch trekken. Vader was altijd betrokken en later kwam hij, als hij in de gelegenheid was, altijd naar onze optredens kijken.

Kwam de keuze voor het instrument dat je later bent gaan bespelen geheel uit jezelf?

Ik denk dat het toch meer een samenloop van omstandigheden was destijds. Ik heb zelfs nog bazuin gespeeld en gitaar kwam sowieso via broertje Kees langsfietsen. Zo had ook ik aanvankelijk een witte akoestische gitaar, geruild tegen een LP van Them plus een tientje. Een ontmoeting met Felix Buiks en Stan Seremak was eigenlijk min of meer het begin van RAM. Onze Kees sloot aan en mij leek bij het surplus aan gitaren de bas wel leuk.

Wat was je eerste echt professionele gitaar?

In een gitaar heb ik eigenlijk nooit zo geinvesteerd maar aanvankelijk wel een Fender Jazz Bass gekocht die ik later weer ingeruild heb tegen een Rickenbacker en later ook nog zo’n “dubbelloops” Shergold gitaar (een gitaar met twee halzen) vanwege onze bewondering voor Genesis want de symfonische rock stond aanvankelijk voor ons centraal maar achteraf toch wel spijt gehad van die Fender….

Wat vind je van deze stelling: “Het is altijd beter meteen een gedegen professioneel begeleide opleiding te volgen dan zelf maar wat aan te klungelen”.

Aan klungelen klinkt natuurlijk wel wat negatief terwijl je ook langs die weg veel leert. Het proces voltrekt zich wat mij betreft vooral in het veel tijd erin steken. Gewoon veel optreden en zo “speelkilometers” maken. Maar zeker zal een opleiding altijd wel iets toevoegen en eigenlijk waren mensen uit de buurt ook van belang. Zo heb ik veel geleerd van Wim van Ham die dan weer af en toe bij Wim van Tilburg (The Tuney Strings) langsging.

Vond je West Brabant en in het bijzonder Oosterhout een goede plek om je talenten op muziekgebied te ontwikkelen?

Er was zoveel activiteit op het gebied van de popmuziek in Oosterhout. Naast de vele jeugdsozen en cafe’s waar live muziek te zien en te spelen was, is toch ook mijn directe omgeving van belang geweest. Veel muzikanten leren kennen toen we op de L.T.S. zaten.

Aan wat voor soort collega muzikanten erger je je het meest?

Ze noemen me wel eens een zeikerd maar het tempo van een nummer vasthouden vind ik belangrijk. En niet gejaagd spelen of juist afzakken dan meld ik me toch even. Daarnaast zeker ook ruimte creëren in de muziek die je speelt. Al dat virtuoos vertoon laat ik liever aan me voorbijgaan.

Hoe zou je jezelf willen positioneren? Percentage puur talent tegenover simpelweg hard werken op ergens te komen….

Natuurlijk hadden we het bij ons thuis allemaal wel in het bloed. Maar wat doe je ermee? Er hebben wat dat betreft “langs de route” nogal wat muzikanten afgehaakt. Natuurlijk om verschillende redenen, maar toch.

Zijn er wellicht op muziekgebied toch nog onvervulde wensen / frustraties?

Ik had nog wel even door willen gaan met de band want we hebben een trouwe schare fans en daar ben ik altijd dankbaar voor geweest en nog. Onze Kees is wat dat betreft wat wispelturiger. Die is evenzo vaak gestopt en toch weer doorgegaan… Misschien dat er ook wat karakterverschillen tussen ons zijn die tot die diverse keuzes geleid hebben.Geen ruzie hoor! We zien elkaar nog steeds wekelijks.

Wat was de meest memorabele samenwerking met een beroemdheid?

Kees noemde al de Bussel concerten met The Grapes. Maar ook een ontmoeting met Willeke Alberti vond ik bijzonder. Ik had toen misschien meer moeten laten weten dat ik bewondering voor haar had.

Wat denk je dat het belangrijkste is voor een muzikant om zich te realiseren en eventueel eigen te maken?

Zorgen dat je goed overkomt op je publiek en zo het contact leggen. Je moet je repertoire keuze daar op aanpassen, vind ik. Zo hebben we in Liverpool eens een set samengesteld met mooie, maar onbekende Beatles nummers. We dachten, die zullen ze hier wel kennen maar nee hoor. Dus de volgende set was het weer “Twist and Shout” en het andere bekende spul.

Welke muziekstijlen spreken je het meeste aan?

3 in 1 bij mij: Cliff Richard maar dan wel met begeleiding van The Shadows (toch eens luisteren naar “Carrie” van Cliff, Johan) The Beatles en Genesis. Maar als rechtgeaarde Francofiel toch ook het Franse repertoire.

En tenslotte: Wat is het meest bijzondere wat je in je actieve loopbaan als muzikant hebt meegemaakt? Een leuke anekdote mag altijd natuurlijk.

Onze Kees noemde al de Bussel concerten met o.a. Peter Tetteroo maar in navolging van een beroemde band had ik bij een optreden in het toenmalige Schervenheuvel poeder in een metalen kistje gedaan om voor rookeffecten achter het drumstel van Ber Mennink te zorgen. De vloerbedekking vatte vlam en het doorzichtige drumstel van Ber was ineens zwart. Guus Dalkman had de tegenwoordigheid van geest om het kistje door de openslaande deuren achter het drumstel naar buiten te schoppen.