In afgelopen weekend leek Nederland even stil te staan. Dit keer niet door sneeuw, ijs of file, maar doordat tienduizenden mensen bij het raam stonden, in de tuin hurkten of op het balkon tuurden. Het was weer tijd voor de Nationale Tuinvogeltelling.

Al vroeg in de ochtend stroomden de meldingen binnen. Huismussen schoten door heggen, koolmezen hingen acrobatisch aan vetbollen en pimpelmezen lieten hun hoge “tsjilp” horen. Maar, terwijl in tuinen de kleine vogels werden geteld, voltrok zich elders een heel ander tafereel.

Boven de waterrijke kreken van de Biesbosch trok een schaduw over het riet. De zeearend, bekend als de “vliegende deur” en al jaren een vaste bewoner van het gebied, koos juist dit weekend om zich ook te laten zien. Met trage, krachtige vleugelslagen cirkelde hij boven de grenzen van zijn landschap, alsof hij wist dat er naar ze gekeken werd. Vogelaars, wonend langs de dijken, hielden even hun notitieblok stil; dit was geen vogel die je snel aantikt en weer vergeet!

Het bijzondere was hoe de vogelverhalen op dat moment samenkwamen. Terwijl iemand in een rijtjeshuis trots meldde dat hij twaalf huismussen binnen de gestelde tijd had geteld, deelde een ander vanuit de rand van de Biesbosch een waarneming van twee zeearenden die samen opvlogen uit een populier en een derde die een roodborstje op een tuinstoel noteerde.

Toen na het weekend de resultaten van de Vogeltelling 2026 werden gepubliceerd, ging het niet alleen over aantallen. Natuurlijk stond de huismus, de koolmees en pimpelmees weer bovenaan. Maar bij de vogelliefhebbers kreeg ook de zeearend een symbolische rol. Niet als tuinvogel, maar als bewijs dat natuur zich kan herstellen als ze de ruimte krijgt en rust en voedsel aanwezig zijn.

Zo werd de Vogeltelling 2026 herinnerd als een weekend van contrasten: het kleine en het grote, het alledaagse en het majestueuze. Van het zachte gefladder in achtertuinen tot de stille glijvlucht van de zeearend boven het Nationaal Park. Samen vertelden ze één verhaal dat van een land, waarin mensen even de tijd namen om de natuur in te kijken en om te ontdekken, hoe rijk die wereld om hen heen eigenlijk is.