Ja sorry hoor, maar verschil moet er zijn. En of daar nou een verdienmodel van een kroegbaas aan hangt of niet, het verschil ís er gewoon en iedereen heeft zijn eigen publiek. Het sauwelen in ’t Zonneke speelt in de Boerenbond (vooral vanwege de 'import'), Den Hout speelt vierde klasse, het Klapperen verliest in de play-offs de promotie naar de tweede klasse, maar het sauwelen in de Bussel promoveerde zaterdagavond naar de Hoofdklasse. En als dat zo doorgaat verkopen die daar met gemak drie volle bakken, want het was nagenoeg top.
Dat heeft ook te maken met het feit dat er precies één pauze was om de dorst van al het lachen te lessen. Er wordt niet tussendoor geouwehoerd en er is respect voor de ietsje mindere goden. En jazeker, die waren er. Maar de andere vier compenseerden dat in grote mate. En hèhè, het ging meestal weer over Oosterhout en was, zoals een van hen zei: Geen TSC-feestje.
Te veel gekopt
Paul Oudenhooven presenteerde het geheel en Mienus XV was er met heel zijn gevolg de hele avond bij. “Komt ook omdat het Nasibal niet doorging natuurlijk.” Grap nummer één was gemaakt. Je moet er enigszins voor op de hoogte zijn van wat er zich hier zoal afspeelt, maar gelukkig hadden al die mazzelaars met een kaartje dat. Te moeilijk ook voor TSC vermoedelijk, te veel gekopt. Robert Brekelmans, Greetje van Buitenen, Ad Burger, (invaller) Hans van Vugt, Jeroen Goossens en Dennis den Uijl mochten de geleende ton betreden, het publiek was de jury want iedereen kreeg een stembiljet.
Onderbroek
Ooit speelde het zich af in de Pannehoef met toppers als Tinus de Bruijn en Peter Schouten, daarna kwam de Bussel en dat werd door zeeeer belangrijk doende personen daar de nek omgedraaid. Het Kaokelen in de Kloek was ermee geboren en nee, dat kon de Stapmolen niet geëvenaard krijgen, hoe enorm daar ook aan ‘het plaatje’ wordt en werd gewerkt. Maar sauwelen draait om (Oosterhoutse) inhoud, niet enkel om onderbroekenlol. Dat werd ook door anderen zo ervaren en die krachten organiseerden vorig jaar voor het eerst de sauwelavond in de Bussel. Janny en René van Bijnen waren toen de winnaars.
Fantoomkroeg
Matthijs Koning mocht de zaal opwarmen, toen was het de beurt aan Robert Brekelmans. Hij kwam als professioneel alpaca-trainer. “Hoe ik dat geworden ben? Per toeval. Ik was in Seters. Nee, niet Van Seters, die hebben alleen gazellen. Maar toen God klaar was met zijn schepping had ie nog wat over: Een paar poten van een geit, het lijf van een schaap, de nek van een giraffe en de kop van Casper van Aggelen. Huppekee, de alpaca was geboren.” Pas nog kwam hij René van Bijnen tegen. “Die bestelt zoveel bij de Mitra omdat ie denkt dat ie nog een kroeg heeft (…). Dat heet dan een fantoomkroeg. Kees Cornelissen maakt zijn alpaca’s zadelklaar. “Maar niet voor Jaap Oomen op 5 december hoor, da’s geen gezicht; op een paard is het al geen gezicht; zonder paard trouwens ook niet.” Thuis heeft ie ook een alpaca. “Die slaapt tussen ons in. Stinkt dat niet?, vroeg iemand. Nee hoor, dat vindt de alpaca niet erg.” De geweldige toon was gezet.
Efteling
Greetje van Buitenen beleefde vorig jaar geen al te lekker debuut, maar dit keer ging het haar een stuk beter af. Ze kwam als Thera Peuter en had een drukke praktijk. “In een relatie moet je problemen oplossen die je in je eentje nooit zou hebben gehad.” Een andere patiënt had problemen met zijn seksleven. “Dat is als bij de Efteling: Lange wachttijden en korte ritjes.” Gerdo van Grootheest had ze geadviseerd te gaan voor een lange relatie… Ze had ook ontdekt dat dikke vrouwen eerlijk zijn. “Kinderen zijn eerlijk, dronken mensen ook èn leggings.” Een slechte relatie komt voor 60 procent door de vrouw. “Die andere 40 procent komt door de moeder van die vrouw.” En tot slot tegen Mienus: “Hoe komt het dat jouw narretje precies negen maanden na jouw komst is bevallen?”
Burgemeester Doos
Ad Burger kwam als SuperJan. “Goedenavond Pannehoef! En ook weer speciaal voor onze gasten op het balkon: ook goedenavond Zonnebloem! Ik ben uw redder in de nood, uw helpende hand bij al uw problemen. Mijn motto is: kunt u de problemen even niet an, dan is Superjan uw man. U kunt mij ook altijd mobiel bellen op nummer 06-645871035142. En ik snap dat dat, zeker voor de mensen op het balkon, moeilijk te onthouden is, dus ik heb er een pakkende slogan bij bedacht: “Zit het even echt niet mee, bel dan 06-64587103514-en-twee.”
Hij doet overal in Oosterhout vrijwilligerswerk, mits er betaald wordt. “Zo ben ik ook hardloopmaatje geweest van Hannie Broekhoven, dat meiske van Gezond Burger Verstand. En met succes. Die heeft zo hard getraind, zo hard getraind… die is nou door helemaal niemand meer te volgen.” Ook draaide hij bardienst de tennisclub, bij Strijdeu. “Of ik niet wilde beginnen met rustig oefenen, op dinsdagochtend in de kantine. Nou, doe geen moeite, als ik rustig wil oefenen, ga ik op zaterdagavond wel gewoon bij Hugo van Proeflokaal Moolenaar achter de bar staan.”
“Ja, er gaat een hoop veranderen in ons immer bruisende uitgaanscentrum. Rene Rijksen stopt met D’Apotheek. Kijk, da’s nou wat je noemt een kwaliteitsimpuls voor de Oosterhoutse Markt.”
Ook werkte hij als vrijwilliger op de IJsmarkt. “Kwam ik de burgemeester tegen. Burgemeester Doos… Ja, burgemeester Doos, zo heet die man nu eenmaal. En dat weet ik zeker, want toen ik pas geleden bij het stadhuis iets wilde afgeven voor de burgemeester, zei het meiske achter de balie: Oh, dus da’s voor Gerdoos. Ik heb het hem nog wel gevraagd hoor, aan burgemeester Doos: Een bezoek aan de ijsbaan, is dat niet gevaarlijk in jouw functie (…). Maar hij is meer van de koek dan van de zopie.”
“Voor de gemeenteraad doe ik ook nog wel eens wat. In het kader van teambuilding heb ik onlangs een excursie naar De Beekse Bergen georganiseerd. Zijn we aan het eind van de middag Peter de Laat kwijt. Werkelijk nergens te vinden, van de aardbodem verdwenen.
Krijg ik een paar dagen later een telefoontje uit Hilvarenbeek: wanneer wij dat nijlpaard van ons komen ophalen… Ach gut, Peter. Ja, het gaat niet zo goed met hem. Hij heeft anorexia. Alleen bij hem uit zich dat anders.”
Dré de Jong wil nou ook lid van de gemeenteraad worden. “VVDree zeg maar. Doet-ie overigens niet uit luxe. Hij heeft het geld hard nodig. Er hangt hem namelijk een forse schadeclaim boven het hoofd van al die oud-medewerkers als vergoeding voor hun slavernijverleden. Maar ik ga wel op hem stemmen. Hij heeft namelijk beloofd: Als ik in de gemeenteraad kom, zal je vier jaar langs niks van me horen.”
“Maar goed, die ijsbaan van hem is wel een succes. Heb daar ook zelf dagen achter elkaar schaatsen staan verhuren. Komt er opeens een jongeman naar mij toe, zo’n type met zo’n vetfiets – zo’n peuterbrommer, zeg maar – en een leren jekkie met knaagdierenvelvoering. Die smijt zijn schaatsen op tafel en die roept: Andere maot. Dus ik zeg: Volgens mij staat die buiten, die andere maat van jou. Nou, je kunt veel over die gasten zeggen, maar ze hebben geen gevoel voor humor.”
Vrijwilligers hebben het niet gemakkelijk. “Neem nou die mensen van De Smulnarren. Al die digitale drek zien ze over zich heen krijgen, over de nieuwe invulling van carnavalszaterdag, terwijl ze zo goed bezig zijn. Ze zijn hartstikke aan het verjongen. Rien van Noort hebben ze nu voorzitter van de optochtjury gemaakt. Rien van Noort! Okay, het is natuurlijk een feestneus eerste klas, hij heeft de lach aan zijn kont heeft hangen. Maar Rien van Noort! Meiskes van de OCS toch! Die is nog van voor de tijd dat Kaaiendonk Easterwood del Carnavallo heette.”
Maar soms brengen ze het bij de stichting niet zo handig. “Als op zaterdagochtend de kerk vol is, gaat de deur dicht en komt er niemand meer in. Die Simone Dirven hadden ze een jaar geleden beter minister van Asiel kunnen maken dan voorzitter van de OCS. En dan hadden wij in Kaaiendonk in ruil daarvoor Marjolein Faber kunnen hebben. Die hadden we dan gewoon zaterdagochtend met carnaval kunnen wegzetten op de Markt, op de plaats van de Smulnar. En dan had ze gewoon vier dagen kunnen doen waar ze vreselijk goed in is, namelijk: helemaal niets. En dan zien we dinsdagavond zo tegen twaalven wat we er verder mee doen…” Waarna een enorm verhaal over hoe je aan een kaartje voor de mis kon komen.
“Ja, beste mensen, waar moet dat heen met carnaval in Kaaiendonk. Het Nasibal gaat ook al niet door. Weer zo’n traditie (…) die ze van ons hebben afgepakt. En dan krijgt de carnavalsoptocht ook nog een prikkelvrij gedeelte. Op de Keiweg, zo’n beetje ter hoogte van De Doelen. Vind ik raar. De Sint-Vincentiusstraat is toch veel beter geschikt als prikkelvrije zone. Maar goed, als dat betekent dat dan ook die Mienus daar even zijn prinselijke waffel houdt, ben ik daar een groot voorstander van. XV heeft nog twee jaar te gaan en dan taait-ie af. Ik zou als OCS niet te lang nadenken over zijn opvolging. Gewoon die Jeffrey Ramstein uit de kast trekken en afstoffen. Da’s lekker goedkoop, want die heeft al een pak. En laten we eerlijk zijn: hij zal in al die jaren toch wel wat bijgeleerd hebben?”
Zelf ging hij niet in de rij staan voor de carnavalsmis. “Nee, ik ben er gewoon, op uitneudiging. Namelijk om de doodsimpele reden dat ik dit jaar Greutste Kei wordt. Zal ik u even uitleggen: normaal gesproken maak ik vijftig procent kans. Ja, je wordt het wel of je wordt het niet. Verder wordt de Kei altijd uitgereikt tijdens de carnavalsmis. En daar zijn er dit jaar twee van. Rekent u maar even mee: twee keer vijftig procent is honderd procent. Geen speld tussen te krijgen. Helder toch? Anders leg ik ‘m straks in de pauze nog wel een keer uit. U hebt tenslotte mijn nummer: “Zit het even echt niet mee, bel dan 06-64587103514-en-twee. Onzin natuurlijk. Ik weet ook wel dat ik hem ook dit jaar niet krijg. Want als je Greutste Kei wil worden, moet je bij de intimi van Walther Halters horen, En ik heb er best veel voor over, maar intiem met Walther Halters… Dat wens ik zelfs zijn vrouw niet toe.”
Maar goed, het gaat wel veranderen na de verkiezingen. “De meeste wethouders scheiden ermee uit. Wethouder Guus Beenhakker is al gestopt, maar dat heeft tot op heden nog niemand gemerkt. Willem-Jan gaat gewoon weer voor de klas staan, als-ie slim is. En de Zonnekekoning, onze Arnoud, gaat ook het onderwijs in. Die gaat naar het Effent. Proberen alsnog zijn mavo-diploma te halen. Gelukkig gaan we ook in de gemeenteraad vernieuwen. Neem bijvoorbeeld dat jonge ding van de VVD, Marie-Louise Janssen. Ik betwijfel overigens of ze het gaat redden, want zeg nou zelf: wie kent er nou in Oosterhout Marie-Louise Janssen? Maar het wordt zo aan het Slotjesveld wel meer een bruin café dan een gemeenteraad, met al die horecamensen: Rene van Bijnen, Dre de Jong, Noudje Kastelijns, Jan Schellekens, dat meiske van die friettent, hoe heet ze ook alweer, Anne Lossez. Kroegpraat verzekerd. Ja, over Jan Schellekens had ik ook graag nog een grap gemaakt. Ik heb daar mijn creatieve team drie avonden op laten brainstormen, maar zonder resultaat. Met Jan kan je gewoon niet lachen. Geen wonder dat sommige raadsleden er wat bijbeunen. Neem nou Rene van Bijnen. Die heeft een boek geschreven over dat armzalige café van hem. Heb ik ook aan meegeholpen. Aan de tweede editie dan. Die is overigens wel een stuk duurder uitgevallen dan het origineel, want het heeft een godsvermogen aan typex gekost(…).
“Maar goed, we mogen niet klagen. De gemeentelijke nieuwjaarsreceptie is weer terug. In De Pannehoef. En dan moet me van het hart: De Pannehoef is schitterend verbouwd, maar het ruikt er nog steeds naar Tiroler seksfilms en ze maken er nog steeds reclame voor de kaas van Oomen-Van der Zanden.”
Hij wou ook nog wel meehelpen in het nieuwe hospice in Oosterhout. “Heb daar eens een foldertje over gelezen, maar dat leek me zo ongezellig, daar wil je nog niet dood gevonden worden. Ja, en dan lees ik dat je in dat hospice wel gewoon mag roken en drinken en dan denk ik: hoe gezond is dat dan?”
Afgelopen week hiel hij ook nog bij Rob Mutsaers, in dat kleine kutcafeeke van ‘m. Bij het Klapperen. “Voor wie dat niet kent: da’s een soort sauwelen voor TSC’ers. Ik vond het niks. Zat totaal geen vaart in dat programma. Twee keer lachen en dan was het weer pauze. Op zich snap ik dat wel, Robke wil ook wat verdienen nou zijn kroeg eindelijk eens een keer vol zit. Maar bouw er dan gewoon een achterzaaltje aan vast…”
“U merkt het, ik heb best iets over veur de medemens. Zo help ik bij de maaltijdservice van Cees Vermolen. Moest ik pas geleden nog een warme doos naar binnen schuiven bij Johan de Vos. Hij kwaad: het was niet de warme doos die hij verwacht had. Ik zeg: Johan, jongen, denk jij wel eens twee minuten niet aan seks? Zegt-ie: Tuurlijk wel, als ik klaarkom.”
Ja, helpen zit echt in de aard van het beestje. “Liep ik pas nog met Mathijs Raaijmakers over de Markt, zie ik daar ineens Dees Melsen op de grond liggen. En dat niet alleen, hij werd geschopt en geslagen. Deur wel zeven man. Dus ik zeg tegen Mathijs: Moeten we niet even helpen? Waarop Mathijs zegt: Nee, volgens mij zijn ze wel met genoeg”.
Na de carnaval gaat hij naar Groenland, die twee Nederlandse soldaten helpen die daar nu zitten. “Ik dacht nog: ik neem nog iemand anders mee, kunnen we nog een gezellig potje rikken. Maar dat moet dan wel iemand zijn die een flinke afschrikwekkende werking heeft, waar de mensen echt bang van worden. En dat kan er hier natuurlijk maar eentje zijn: Miranda van Rijthoven van kapsalon Picobello. Maar ja, die mocht niet van Peter. En als Peter het niet wil, dan gaat het gewoon niet door. Dus heb ik nou gekozen voor Rene Frik. Die laat ik ook gewoon op Groenland achter. Typisch voorbeeld van een win-win-situatie: Trump blijft er voorlopig wel vandaan en heel Oosterhout is blij.”
“Maar ik kan het iedereen aanraden, vrijwilligerswerk. Zo kennen wij in onze club de vrij willigste van de maand. En zo’n meiske gaat dan altijd bij ons van hand tot hand. Hoe dat voelt? Ik zou het niet weten, want ik ben het zelf nog nooit geweest.”
“Maar mensen, U weet het. U kunt mij altijd om hulp vragen. “Zit het even heel erg tegen, bel dan 06-64587103514-en-…. Negen? Wat heb ik hier nou de hele avond staan doen. Nog een keer: “Zit het even heel erg tegen, bel dan 06-645871903514-en-…
Dank u wel, Oisterwijk, u was een geweldig publiek.
Schansspringen
Hans van Vugt kwam als Bob van de Berg, de postbode. “Ze hadden gezegd als je zenuwachtig bent, moet je maar denken dat iedereen naakt is in de zaal… nou, als ik alleen al naar de eerste rij kijk ….. dan zen de zenuwe spontaan weer weg.” Hij zag er echter niet uit als een postbode! “Da zit zo. Precies 4 weken geleje meej die hevige sneeuw ammaol witte nie. Belde Robertje Brekelmans mij in paniek op. Of ik mee wilde doen aan het sauwelen. Ik zee: ik sta midden in de sneeuw boven op een berg. Moet ik da nu beslissen? Hij zeej, ja eigenlijk wel. We hebben een probleem, er is iemand afgevallen. Doe je mee? dan bende onze verlosser, onze Messias Ik zee jajajaja! Messi-jas. Daś toevallig, die heb ik namelijk ook. (waarop hij zich omdraaide en er Messi op zijn rug stond. “Ik zee, ja da wil ik wel dóen, maar… dan moet ik nog een typetje verzinnen teksten schrijven, kleding regelen. Ut munne kop leren. Lang verhaal kort, ik heb ja gezeet, maar heb sindsdien nog gin tijd gehad om mezelf om te kleje.”
Toen hij gebeld werd stond hij op een besneeuwde berg. “In het Ski resort Luckwelpark om precies te zijn. Ik had het limie limeus euze… ik had een goed idee opgevat om daor na die hevige sneeuwval van begin januari een schansspring toernooi te houden. Ik denk das leuk zo net naor nieuwjaar. Ik had drie schansen laote bouwen dur Kiske Caron. Een hoge, een middel hoge, en een kleine schans.” Die gaf hij ook een naam: “De eerste, de hoogste was de Burgemeester Dokteranders SWTH Huismanschans. Ja, vond ik wel toepasselijk, Niet omdat het de hoogste was, maar het was de schuinste van de 3. Die schans was gesponsord door Baracardi zakmarzegge! De tweede, iets minder hoge, was de Burgermeester Mark Buisschans. Vond ik ook wel toepasselijk want die schans die glee lekker door, maar stopte net na de helft abrupt. En als laatste een klein schansje ….. Die… Die mocht geen naam hebben. … Die is voor mietjes…” Hij wou het toernooi laten openen door een bekende Oosterhouter. Die zou dan als eerste van de Mark Buijsschaans moeten gaan. “Ik docht, ik geef die eer aan iemand die gere wethouwer wul worre, da staot goed op het affiche. Mar da zen dur veul! Ik denk witte wa? ik vraog een Oosterhoutse kastelijn die gere wethouder wul worre. Da zen er nog veul meer. Da stemformulier straks da lekt wel un drankekaort. Wa zeg ik, da stemformulier lijkt wel de routekaart van de Kaaiesedweildag. Maar ik ben toch gegaan veur ervaring. Veur een wethouder die al is gepokt door de mazzelen. Willem Jan van de Zaande. Hij zou als eerste van de Mark Buijsschans gaan. Ik zaat beneje neffe de juryleden aan een tafeltje. Had mooi allemaal klaargezet. Pen papier, medailles voor de deelnemers en bekers veur de winnaars. En toen…. verscheen Willem Jan bovenaon de schans. Ik docht, dit is misschien nie mijn beste idee ooit. Hij zaat al gelijk mee die skies in de knoowp. Zun stokken had ie al naor beneje laote glije, zun skibril haat tie ondersteboven en binnestebuiten en achtersteveure opgezet. En toen het startschot piep piep piep klonk zaag ik hum zoeken naar un magnetron. Ik riep glije! Het zette aon en dat ging op zich goed, maar daarna ging het bergafwaarts. Halverwege makte die een halve pirouette en glee achterste veure van die schaans af. Toen was het eigelijk Jan-Willem zak mar zegge Hij maokte un zieper, een sprong… zun bjene en erme vlogen alle kaanten uit en wa denkte, flikkerde die zo boven op de jurytafel. Bam! Nou, zee ik… nou bende toch nog een keer in oe leve in de prijzen gevallen jongeske! Nou efin, da toernooi wier meteen afgelast natuurlijk. Ziekenwagen dur bij en alles. Dus ik liep enigszins teleurgesteld deur ut Luckwelpark naor uis, Nou toen op dat moment belde Robert dus. Ik hing op… ik zet een stap in de sneeuw. Glij ik weg. Glij ik zo da talut af naor beneje. Ik knal zo op het ijs van die vijver en deur mij gewiecht zak ik dur meteen doorhinne. Komt net Carmen Mutsears aongereeje met durre koffieleutbuurtbakfiets. He Bob, wa ist, bende door het ijs gezakt. Ik zee nee, ik waar aon t zwemmen en ut begon in inne kir kaaihard te vrieze. Ze zee… kom hier, dan krijg je een bakske Gaat het? Want ut gaat de leste tijd toch al nie zo goed meej jou he Bob. Ja en da klopte he.”.
“Ik ben onlangs 55 geworre en dan krijgde zo’n envelop binnen veur un dermonderzoek. Kende da? Konde zelf thuis doen En geloof me, das geen makkelijke handeling. Ik dieje envelop weer teruggestuurd. Belde ze me op veur d’n uitslag. Ze zeeje: Meneer van den Berg, we hebben slecht nieuws. We denken dagge last het van…. dyslexie. Ik zee kunde gullie da aan mijn ontlasting zien… mar wa bleek ik had dus kennelijk niet die retourenvelop vol motte schijten, ik vond al zo lastig dicht likken.
Maar ik zee tege da meens van de GGD dak de leste tijd ok last had van munnenanus, Wa? Mun anus. Weet ook niet waarom het van komt, ja misschien dat ik verkeerd zit op ut zaal tijdens de postrondes. Dus vroege ze of dak toch effe naor tamfia in Breda wulde komme. Nou vind ik naor de dokter gaon gin raamp, mar ik heb allenig zonne godsgruwelijke hekel aon Bredaar ik kom daor liever nie.”
Onlangs was hij per óngeluk in Breda terecht gekomen. “Ik liep munnen postronde en ik waar daor op de hoogte van Arrie van Apperloo daorzo op de Mathildastraat. Zie ik aon dun overkaant Ad Jespers lope, gewit wel die man van Gemintebelange meej da kaal haar. Ik stik munnen haand op om naorum te zwaaie… wassut hum nie. Kende da gevoel, des zo vrimd eej. Dan voelde oe eige zo voorschut staon eej. Toen heb ik mn hand maar gewon omhoog gehouden en gelukkig kwam de bus eraan! Stond ik ineens met mn postzak in Breda! Nou en zo ben ik dus per ongeluk in Bredaar terecht gekomme.”
Onlangs moest hij weer naar ‘Tampfia’. “Veur munne anusdus. Kom ik da ziekenhuis binnen Derm matoloog… ik denk daor mot ik zen. Oe anus is tenslotte ut einde van oe derm ist nie? Ik meld me daor. Ik zee, ik heb last van munnenanus, staan gao wel, maar kan er niet mee zitten. Zee dieje Dermatoloog. Maar meneer, u zit verkeerd. Ik zeej, ja da docht ik zelf ook al aan. Hij zeej, nee ik ben dermatoloog. Wees ie naar da bordje op z'n bureau. Ik zee, ja sorry ik heb net de diagnose gekregen da lezen nie mijn sterkste kaant is! Ik ben dermatoloog meneer… ik weet niets van uw anus. Ik zee en hoe weet u dan dat ik verkeerd zit?
Enfin, ikke wir terug meej dun bus naor Osterhout. Stap ik net een paor altes te vroeg uit Paterserf. Ge wit wel, de plek waor ge nie dood gevonden wil worre. Of tegesworrig wel eej. Blooming, kende da. Blooming Van die vreselijk dure appartemente daor waor irst tarbeidsbureau waar en Start kende da nog? Die Bouwer van Blooming ad om ze te verkope… hedde gehoord? De slogan “Hier wil je wél dood gevonden worden!” Da wier gelok 4de op de lijst van slechtste slogans. Ik vond hum best goed. Wa hadde ze aanders motte doen. “Koop deze appartementen allemaal, tis gewoon Paterserf, mar dan aon ut kanaal”. Mar ik zee wel lest tegen ons vrouw over da Blooming, Ik zee als één van ons komt te overlijden, dan ga ik daar wone!”
De bus ging verder naar Dommelbergen waar ik woon. “Rijdt dieje bus zun eigen vast onder die tunnelbak van Oudehoven. Wie denkt dat er aon gereeje komt met dur theeleuterbuurtbakfiets… Carmen Mutsaers. Ik draai da ramke ope. Ze zeej: Wa ist Bob, zitte vast? Ik zeej: Nee ik kom da viaduct hier afleveren, nou goed?”
Uiteindelijk ben ik uitgestapt, Ik denk munnen dag is toch kapot, Ik pak thuis gouw dun auto en ga naar de stad Om een biertje te pakken. Kom ik op de mart, ja zo laat nog, meneer pastoor tegen. zun armen om de middel van 2 prachtige bloedmooie vrouwen, echt van die modellekes. Ik zee, allereerst he! meneer pastoor u bent weer beter zie ik. Ja hij lag vorige week met een snotneus in bed. Ik zee… hoe? uuh. Hij zee ja, ik ben aan het oefenen voor carnavalszaterdagochtend. Ik zei, maar meneer pastoor, ik denk niet dasse da bedoelde met 2 missen…”
“Da wor toch wel mooi eej meense, twee carnavalsmissen in de Sint Jan. Hebben jullie al gehoord? Ja ik hoor er echt niemand over.. Normaal wordt om alles geklaagd wat de OCS doet, maar nu? Maar ik vind daar wel wa van… Een mis voor alleen katholieke, das toch niet meer van deze tijd. Daarom heb ik nou een derde viering geregeld In de moskee. Die mensen daar hebben beloofd dat de pers (…) ook ruimschoots aanwezig is. Imam de 15 van Kaaiendonk doet de dienst en we hebben zelfs al een liedje ingestudeerd Zak is lekker deur. “
Maar waar waar ik… oja op de mart. Afin, ik dieje avond volop zitte zuipen en aon het eind toch stiekum toch in de auto gekropen, Denk, tis toch mar een klein stukske naor Dommelbergen. Rij ik op de hoogte van ut ziekenhuis Staot er een plesie op de weg. Hij zegt halt meneer. Uw naam? Dus ik begon al te lachen… Ik zei ik ben Bob! Maar hij rook het al meteen he! Meneer van den Berg, dat wordt een nachtje zitten. Ik zee, laot dat nou net iets zijn wat ik niet kan! Ik zee, maar is het nie zo dak dan recht heb op 1 telefoontje? Ze zeeje ja, Ik zee doe mij mar die nieuwe iPhone 17 pro dan... De volgende morgen wier ik vrijgelaote. Loop ik naor buite, wie denkte dat daor aonkomt op durre wijmaokelaarstrollie …. Mijn lieve Carmen! Ze zee, wat is er Bob ben je vrij? Ik zee, jahoor! Ik ben vrij! Zij was zo lief om mij hier naartoe te brengen. En Kaaiendonk, lieve mensen, nu ben ik dus ier.
Uitlaat
Jeroen Goossens (zoon van sauwellegende Jan) kwam als Rocco de hondenoppas. “Ik doe ook uitlaatservice, maar dat is wat anders.” Eigenlijk was dat zijn beste grap. Hij paste op honden van alle rassen en standen. Hij had een compleet dagprogramma voor de honden, maar vooral voor hemzelf: “Blowen, Fifa, Netflix, zulke dingen. Maar ik heb een hekel aan honden uit het buitenland, Raamsdonksveer en zo.” Het zal voor Jeroen nog heel veel oefenen worden en filmpjes kijken van zijn vader. Het zit er ergens wel in, het kwam er alleen niet uit.
Gekreun
Heel wat beter was Dennis den Uijl, zo bleek bij de stemming even later wel. Hij kwam als Kor Sakov en was dus dronken. “Kwam ik thuis van een dag niks doen hoorde ik boven gekreun. Dat kan niet van mij zijn.” Eenmaal boven lag zijn beste vriend op zijn vrouw, maar hij ontkende: “Ik ben jouw beste vriend niet.” Zijn vrouw was hem beu vanwege zijn drankprobleem. “Hoezo probleem? Ik heb net nog de hele kelder aangevuld.”
Eerst bestelde hij tien bier, toen negen en toen acht. “Raar hè, hoe minder ik dronk hoe zatter ik werd. Ik ben toen met de auto naar huis gegaan, want lopen kon ik niet meer. Politie natuurlijk. Of ik ook drugs in mijn auto had. Nee sorry, alles uitverkocht. Vroeg ie mijn rijbewijs. Hoe kan dat nou jongen, dat hebben jullie twee weken geleden afgepakt.” Alles wat hij zou zeggen zou tegen hem gebruikt kunnen worden, aldus de agent. “Ehhhh…..tieten.” Sommige van zijn grappen kwamen uit een oude doos, maar de manier waarop hij die bracht noemde Janny van Bijnen ‘kleinkunst’ en ja, dat was het. Nergens verloor hij zijn typetje uit het oog. Kerstmis noemde hij de Tweedaagse Veldslag en hij kreeg werkelijk de hele zaal aan het zingen op Lalalala Cantina. “Nee, daar was het niet.” Binnenkort ging hij op retraite: “Van 14 tot en met 17 februari.”
Je waande je weer voor even in de Kloek bij het Kaokelen en wat een warm bad was het. Drie avonden zouden ze zeker weer vol krijgen, is er voor de sauwelliefhebbers ook weer een beetje overzicht. Kijk, dat de kerkdorpen hun eigen avond hebben is logisch, maar dat Oosterhout er drie heeft is van de gekke. Het is iedereen gegund hoor en smaken blijven verschillen. Tegelijk; misschien is het zelfs wel beter zo, want mensen die sommige grappen niet begrijpen beginnen te ouwehoeren, krijg je dat weer. Op sauwelgebied was dit voor ondergetekende (en vele anderen) echter wel hèt hoogtepunt.
evr
(foto’s Casper van Aggelen)
