‘We’ vierden carnaval. Nee, geen vier dagen, meer dan een week. Wat? Drie weken. Want elk zichzelf respecterende groepke, elke zichzelf respecterende kroeg wou in de aanloop al aandacht of geld. 3,50 euro voor een kletske bier …. Van de pot gerukt. Bij de Aldi koop je voor 4,5 euro een fles hele goeie wijn en voor 5 euro vier trippels. Drink je die acht op een avond dan heb je je zakken meer dan vol voor een tientje. Goed, je mist het gezelschap, maar wanneer dat gezelschap ook dronken is mis je daar niks aan.

Maar de duizenden die carnaval vierden zal dat een biet zijn geweest. Die hadden dikke pret met elkaar, want carnaval is natuurlijk één grote reünie. Kinderen die al jaren zijn uitgevlogen komen ervoor terug, huizen liggen vol met vrienden en gasten en de snert en het worstenbrood zijn amper aan te slepen. Voor hen is het een prachtfeest hoor en al die voorpret laten zij aan zich voorbij gaan.

Grootste Kaai

Zoals gesauwel, gesputter, gekwis, heel leuk gebombast, heel leuk ge-Pierewaaierd, juffen en meesters, heel leuk weet-ik-veel-wat-voor onzin nog meer. Allemaal om in de stemming te komen. Elke avond is een stap dichterbij het Trimbos-instituut en – net als met verwarde personen – die komen er steeds meer. Als je 15 bent en al met een fles dropshots rondloopt hoef je daar alleen maar op te wachten.

Maar carnaval begint officieel pas op zaterdag, als de prins de sleutel van Kaaiendonk in bezit heeft. Dat gebeurde in de Bussel, terwijl op het Hatsiekedeeplein de alternatieve ‘mis’ al werd voorbereid. Kon de eerste ‘lichting’ die wel een kaartje had voor de St. Jan meteen doorgaan met ‘bidden’ en worsten offeren aan Clara. Voor die dag zou het in elk geval helpen. De Grootste Kaai ging naar Jeroen Vorspaget en da’s meer dan verdiend. Buiten werd de Blootste Kaai bekend gemaakt, zegende de paus iedereen en was het dikke pret.

Dubbel pech

Carnaval verliep voor ondergetekende ietsje anders dan ‘normaal’. Normaal en carnaval? Ja, eigenlijk wel. Maar hé, het wordt wel even anders wanneer je eraan deel gaat nemen in plaats van langs de kant te staan. En deelnemen betekent een functie hebben, bijvoorbeeld tappen of bekkens slaan, zeker als je fantasie tekort komt om een of andere act te verzinnen waarmee je de omstanders vermaakt. Het liep echter anders. Even niet uitkijken op de fiets en mijn sprookje lag aan diggelen. Het werden krukken in plaats van bekkens. Toch nog een beetje verkleed. Gelukkig was onze Cas er wel nagenoeg gewoon bij en die kan ook vertellen.

De optocht wordt steeds kleiner, da’s dan weer jammer. En ook lijkt niemand nog ‘het randje’ op te durven zoeken. Het was best wel fraai maar braaf, dat ook. Gelukkig zat het grootste deel erop toen de sneeuw naar beneden kwam dwarrelen. Dat leidde ertoe dat nóg een Kruispunter (Antoine Trommelen) uitgleed en van alles opliep. Hij kon nog wel spelen, op een geleende sax, want die van hem was bij de val verkreukeld.

Maandag staat eigenlijk alleen de Boerenbruiloft op de kalender. Om te weten hoe die was had u maar moeten gaan kijken. Gezellig is ie altijd wel.

Ergens las ik dit: “Mijn man komt hier niet vandaan, maar hij begrijpt het.” Maar begrijpen is rationeel, carnaval is pure emotie. Dus of hij er nou ècht bij hoort?? Zal wel net zo zijn als bij alle niet-Kaaiendonkers. En ja hoor, dat was het vier dagen lang. Volgende week krijgt u als gewoon nog een nabrandertje, dan is het echt voorbij. Hatseki …dee!

evr

(foto’s Casper van Aggelen)